ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1928
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving sinds 1988 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Na een fraudeonderzoek concludeerde de gemeente Haarlem dat eiseres vanaf 1997 een gezamenlijke huishouding voerde met de heer X, zonder dit te melden, wat leidde tot het ten onrechte ontvangen van bijstand.
Verweerder trok de uitkering met terugwerkende kracht in over de perioden 1 juli 1997 tot 31 januari 1998 en 22 april 1999 tot 6 maart 2006, herzag de langdurigheidstoeslag en vorderde € 101.067,82 terug. Eiseres betwistte de gezamenlijke huishouding, maar erkende de relatie en kinderen, en voerde verjaring aan.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van verjaring omdat de gemeente binnen vijf jaar na bekendwording van de vordering handelde. De feiten wezen op een gezamenlijke huishouding, waaronder gezamenlijke financiële regelingen, aanwezigheid van persoonlijke bezittingen van X in de woning, en verklaringen van derden. Hierdoor was sprake van schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 17 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de intrekking en terugvordering van de uitkering. Er waren geen bijzondere omstandigheden die intrekking en terugvordering in de weg stonden. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.