ECLI:NL:RBHAA:2006:BC4361
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting wegens niet opgegeven rente
Eiseres werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een boete voor het jaar 1997, omdat zij het aan haar toekomende deel van de rente uit een Duitse bankrekening niet had aangegeven. De rechtbank stelde vast dat eiseres sinds het overlijden van haar moeder voor 25% gerechtigd was tot de volle eigendom van deze rekening en dat de rente in 1997 vorderbaar en inbaar was geworden.
Eiseres voerde aan dat zij nooit een bedrag van NLG 20.000 had ontvangen en niet tot het rentebestanddeel gerechtigd was, en dat zij niet te kwader trouw had gehandeld. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen feiten of omstandigheden aannemelijk had gemaakt die haar standpunt ondersteunden en dat zij bewust het risico had genomen door het niet aangeven van de rente.
De rechtbank wees het beroep af en handhaafde de navorderingsaanslag en de boete van 50% van de nagevorderde belasting. Tevens oordeelde de rechtbank dat het bezwaar ontvankelijk was en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiseres geen verzoek tot hoorzitting had gedaan, maar wel na bezwaar werd gehoord.
De uitspraak werd gedaan op 11 juli 2006 door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boete worden gehandhaafd.