ECLI:NL:GHAMS:2007:BC2355
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens Duitse bankrekening
Belanghebbende was voor 25% gerechtigd tot een Duitse bankrekening waarop na het overlijden van haar moeder rente werd verkregen. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op voor het niet opnemen van deze rente in de aangifte inkomstenbelasting 1997, verhoogd met een boete van 50% wegens opzet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat belanghebbende opzet had. In hoger beroep stelde het Hof vast dat belanghebbende weliswaar wist van de rekening en de rente, maar dat zij niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat te weinig belasting werd geheven.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de boete. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van €805 en werd het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd op 21 augustus 2007 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De boete wegens opzet wordt vernietigd en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.