ECLI:NL:RBHAA:2006:AY8851
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Bruinsma
- A.P.M. van Rijn
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes wegens buitenlandse bankrekeningen en belastingontduiking
Eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes voor de jaren 1992 tot en met 2000 vanwege het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen en de daaruit voortvloeiende inkomsten. De gegevens over deze rekeningen werden spontaan verstrekt door Duitse autoriteiten op grond van EG-richtlijn 77/799.
Eiser voerde aan dat de gegevens onrechtmatig waren verkregen, dat de Duitse autoriteiten niet bevoegd waren en dat hij niet verplicht was de gevraagde informatie te verstrekken. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de Duitse gegevens rechtsgeldig waren en dat eiser gehouden was de gevraagde informatie te verstrekken op grond van artikel 47 AWR Pro.
De rechtbank stelde vast dat eiser willens en wetens buitenlandse rekeningen had verzwegen en dat de boetes passend waren. Er was geen sprake van strafverminderende omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de navorderingsaanslagen en boetes volledig.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en boetes zijn gehandhaafd.