ECLI:NL:RBHAA:2006:AY7626
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. van de Merwe
- A.A. Fase
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van rentevergoeding uit depositocontract en aftrekbaarheid van terugbetaalde rente en herfinancieringskosten
Belanghebbende sloot in 1997 een depositocontract af waarbij zij een rentevergoeding van ƒ 888.970 vooruitbetaald kreeg. In 2000 beëindigde zij het contract voortijdig, waarbij zij een deel van de rente (ƒ 257.662) en herfinancieringskosten (ƒ 52.792) terugbetaalde. De Belastingdienst nam de rentevergoeding mee in het belastbare inkomen 2000, wat belanghebbende betwistte.
De rechtbank stelde vast dat de civielrechtelijke vorm van het contract bepalend is en dat de rentevergoeding in 1997 is genoten, vóór haar remigratie naar Nederland. De terugbetaling van rente en herfinancieringskosten in 2000 kunnen niet als negatieve inkomsten uit vermogen worden aangemerkt omdat de positieve inkomsten niet in de Nederlandse heffing waren betrokken.
Verder werd geoordeeld dat het interne advies van de Belastingdienst niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoort, zodat geen schending van inzagerechten is vastgesteld. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, matigde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 146.490 en verlaagde de heffingsrente dienovereenkomstig. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 146.490 en de heffingsrente dienovereenkomstig verlaagd; het beroep is deels gegrond.