ECLI:NL:RBGRO:2011:BP1890
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Klijn
- D.A. Flinterman
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning minderjarige en omgangsregeling
De man, biologische vader van een minderjarige, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor erkenning van zijn kind nadat de vrouw, moeder, haar huidige partner toestemming had gegeven om het kind te erkennen. De rechtbank stelde vast dat de toestemming van de vrouw aan haar partner slechts voorwaardelijk was vanaf het moment van het verzoek van de man tot vervangende toestemming. De belangen van de man en het kind bij erkenning wogen zwaarder dan die van de vrouw.
De rechtbank verklaarde de erkenning door de partner van de vrouw nietig en verleende de man vervangende toestemming om het kind te erkennen. Tevens werd een omgangsregeling besproken waarbij het contact voorzichtig moet worden opgebouwd, eventueel onder begeleiding, en de vrouw een informatie- en consultatieplicht ten aanzien van het kind krijgt opgelegd.
De zaak werd behandeld met gesloten deuren waarbij ook de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming betrokken waren. De rechtbank besloot de omgangsregeling en informatieplicht aan te houden en de Raad te verzoeken onderzoek te doen naar de wijze van omgang en communicatie, waarna partijen hierop kunnen reageren.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor erkenning aan de biologische vader, verklaart de erkenning door de partner nietig en wijst omgangsregeling en informatieplicht toe.