ECLI:NL:RBGRO:2006:AX2178
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over afwijzing WAZ- en WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig zelfstandig reparateur, verzocht om een WAZ- en WAO-uitkering vanaf 27 oktober 2003. Het UWV wees deze verzoeken af omdat eiser minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat hij vanwege medische klachten niet in staat was een volledige werkweek te werken en dat de functies die aan zijn verdiencapaciteit ten grondslag lagen ongeschikt waren.
De rechtbank oordeelde dat het UWV in bezwaar onvoldoende arbeidskundig onderzoek had verricht en dat het bestreden besluit daarom vernietigd moest worden. Daarnaast was de motivering van de geschiktheid van functies onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar, mede doordat de essentiële Gebruikershandleiding niet aan het besluit ten grondslag lag. Na nadere motivering van de functies bleef de rechtbank bij haar oordeel dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en transparante motivering bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen, waarbij zowel medische als arbeidskundige aspecten adequaat moeten worden onderzocht en toegelicht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd met behoud van rechtsgevolgen.