ECLI:NL:RBGRO:2005:AT7761
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W. van Straalen
- H.C.P. Venema
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat verlenging stage wegens zwangerschapsverlof directe discriminatie inhoudt
De zaak betreft een geschil over de toepassing van artikel 9b van de Advocatenwet en het beleid van de Raad van Toezicht inzake de verlenging van de stageperiode van een vrouwelijke advocaat vanwege zwangerschaps- en bevallingsverlof.
De eiser, de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in Groningen, had besloten de stageperiode van de stagiaire niet te verlengen, waarbij een marge van een maand uitval werd gehanteerd voor verlof, waaronder zwangerschapsverlof. De Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten vernietigde dit besluit en stelde dat de stageperiode met ingang van 1 september 2003 was voltooid, omdat verlenging wegens zwangerschapsverlof directe discriminatie oplevert.
De rechtbank bevestigt dat het beleid van de eiser, hoewel neutraal geformuleerd, leidt tot directe discriminatie van vrouwelijke stagiaires omdat alleen vrouwen zwangerschapsverlof kunnen opnemen en dit verlof per definitie langer dan een maand duurt. Hierdoor worden vrouwen systematisch benadeeld doordat hun stage wordt verlengd en zij zich later zelfstandig als advocaat kunnen vestigen.
De rechtbank wijst het beroep van de eiser af en bevestigt het oordeel van de verweerder dat het beleid niet zonder voorafgaande toetsing kan worden toegepast. Tevens wordt het verzoek van de Stichting Jonge Balie Nederland om als partij aan het geding deel te nemen afgewezen wegens gebrek aan bovenindividueel belang.
Uitkomst: Het beroep van de Raad van Toezicht wordt ongegrond verklaard omdat verlenging van de stage wegens zwangerschapsverlof directe discriminatie op grond van geslacht inhoudt.