De rechtbank Gelderland heeft op 10 februari 2026 uitspraak gedaan in het verzet van opposant tegen de uitspraak van 10 juni 2025, waarin zijn beroep ongegrond was verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Opposant stelde in verzet dat hij wel procesbelang heeft, omdat hij schade heeft geleden door het doorbetalen van huur en vaste lasten terwijl hij geen gebruik kon maken van de woning die door de burgemeester voor drie maanden was gesloten. De rechtbank oordeelde dat dit procesbelang aannemelijk is en dat de eerdere uitspraak ten onrechte zonder zitting en buiten redelijke twijfel is gedaan.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd omdat het instellen van verzet voortvloeit uit de handelswijze van opposant en zijn gemachtigde, die hun argumenten over procesbelang pas in verzet naar voren brachten terwijl dit eerder had kunnen gebeuren.