Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De zaak in het kort
5 februari 2024 wanneer zij de sleutels ontvangt. Hierop reageert de controller van [gedaagde] met de vraag aan de heren [naam 2] en [naam 3] van [gedaagde] of zij een oplevering willen plannen. Daarna schrijft [naam 1] op 9 februari 2024 dat hij vandaag wil horen wanneer de overdracht van de sleutels is. Op dezelfde dag schrijft [naam 2] dat er drie mogelijkheden zijn: “
1. wachten tot wij klaar zijn zoals overeengekomen, (…) 2. opleveren met de openstaande opleverpunten na betaling van de gehele som (…), 3. oplevering met de openstaande punten na betaling van de gehele som incl. overeengekomen meerwerk behoudens de laatste € 25.000,00 (…).” Op dezelfde dag reageert de heer [naam 4] van Ciseli. In deze e-mail staat dat het stucwerk slordig is uitgevoerd en het dak nog niet overal waterdicht is, wat heeft geleid tot veel groene aanslag. Het zou fijn zijn als Ciseli volgende week de sleutels kan ontvangen. Vervolgens schrijft [naam 2] het volgende: “
U kunt er van op aan dat we de zaken zoals we die overeengekomen zijn naar behoren afwikkelen, blijft natuurlijk wel casco opleverniveau (behoudens deel stuukwerk wat verricht is).” Aan het einde van de e-mail staat een verzoek aan [naam 3] om een afspraak te maken voor oplevering. De heer [naam 4] vraagt vervolgens “
En het stucwerk?” waarop [naam 2] als volgt reageert: “
Daar moet nog wat aan gebeuren, maar is op plaatsen te nat om nu af te kunnen werken begreep ik van [naam 5] , zal dus waarschijnlijk een opleverpunt zijn.”
op plaatsen te nat is om nu af te kunnen werken.” Dit is echter iets anders dan dat er nog grote hoeveelheden water in kanaalplaatvloeren zitten. Volgens [gedaagde] heeft zij aangegeven dat het werk nog niet gereed was voor oplevering, maar dat leest de rechtbank niet in de voornoemde e-mails. Integendeel, nu [gedaagde] instemt met eerdere oplevering in de wetenschap dat er nog opleverpunten zijn. Of er bij oplevering na 200 werkbare dagen in augustus 2024 geen water meer in de kanaalplaten zou hebben gezeten (zoals [gedaagde] zegt en Ciseli ontkent), is hier dan ook niet van belang. Door in te stemmen met oplevering haalt [gedaagde] het moment naar voren waarop zij de overeenkomst deugdelijk moet zijn nagekomen.
Unit B1. Vochtplekken verdvloer dakvloer=droog” en “
Algemeen. Straatwerk. Stucwerk. Nutsaansluitingen. Zetwerk buitengevel. Buitenom schoonmaken.” Er lijken dus vochtplekken te zijn geweest op de verdiepingsvloer van één unit, B1, en de dakvloer van die unit was droog. De aanwezigheid van vocht is niet als algemeen punt omschreven.
alleplaten te krijgen. Tijdens de zitting heeft Ciseli verteld dat zij daarna zelf gaten in ieder vloerelement heeft geboord, waarna de wanden konden drogen. Volgens [gedaagde] klopt dit niet. Maar waarom dit niet klopt, heeft zij onvoldoende uitgelegd.
€ 4.438,74 en buitengerechtelijke incassokosten van € 1.397,60. Zij wil over het totaalbedrag ook wettelijke rente vanaf 14 april 2025. De hoofdsom is onderbouwd met een factuur van [naam 6] van 19 juni 2024. Op deze factuur staat onder meer het volgende:
Filmwerk wanden afwerkingsklasse groep 2 alleen beganegrond.” Tijdens de zitting heeft [naam 2] verteld dat zij de wanden op de begane grond alsnog van een filmlaag zou voorzien, omdat zij daar vuilwerkblokken had toegepast in plaats van schoonwerkblokken, die niet leverbaar waren. Afwerkingsklasse groep 2 ziet volgens [gedaagde] op het creëren van een glad oppervlak. Het gaat niet om een glad gestucte muur die gereed is voor afwerking. Zij heeft in januari 2024 75% van de begane grond voorzien van filmwerk. Maar het gebouw was te nat om het filmwerk te kunnen voltooien. Om die reden is het filmwerk een opleverpunt. Na de oplevering heeft Ciseli gefreesd in de wanden om de elektrische installatie in de muren aan te brengen, terwijl [gedaagde] ervan uitging dat sprake zou zijn van opbouw. Hierdoor was filmen niet meer mogelijk, omdat er twee centimeter diep is gefreesd en niet om leidingen heen kan worden gefilmd, en moest er sowieso worden gestuct en geschilderd, aldus [gedaagde] .
(4 maal € 2.800,00 is) € 11.200,00 gemoeid zijn geweest. Deze post is derhalve toewijsbaar tot dit bedrag. De meerkosten van het stucen blijven dus voor rekening van Ciseli.