Uitspraak
1.[naam eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 juli 2026,
- de pleitnota van [de eisers]
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vorderen buren, de eisers, een verbod voor de gedaagde om de bouw van zijn garage voort te zetten, omdat deze volgens hen inbreuk maakt op hun eigendomsrechten en de bouwvergunning overschrijdt. De gedaagde betwist dit en stelt dat hij de kadastrale erfgrens heeft aangehouden en dat de muur mandelig is gebleven.
De rechtbank oordeelt dat de mandeligheid van de muur niet zonder meer is geëindigd door de sloop van de oude garage, omdat de gedaagde aannemelijk heeft gemaakt dat het zijn bedoeling was de muur opnieuw te gebruiken. De primaire vorderingen van de eisers worden afgewezen omdat nader onderzoek in een bodemprocedure nodig is om de feitelijke situatie en het eigendomsrecht vast te stellen.
Wel wijst de rechtbank de subsidiaire vordering toe tot een tijdelijke bouwstop van de garage totdat in een bodemprocedure uitspraak is gedaan. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij overtreding en moet de proceskosten betalen. De eisers moeten binnen vier weken een bodemprocedure starten, op straffe van verval van de voorlopige voorziening.
Uitkomst: De rechtbank legt een bouwstop op voor de garage van de gedaagde en veroordeelt hem tot betaling van een dwangsom en proceskosten, met de verplichting voor de eisers om binnen vier weken een bodemprocedure te starten.