ECLI:NL:RBGEL:2026:5278

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/05/465494
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 RvArt. 10:3 BWArt. 431 lid 2 RvArt. 1076 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands vonnis met internationale rechtsmachtstoetsing

Eisers uit de Verenigde Staten vorderen betaling van bedragen op grond van een vonnis van de New Jersey Superior Court tegen gedaagde, gevestigd in Nederland. De rechtbank toetst eerst haar internationale rechtsmacht en het toepasselijke recht, waarbij zij oordeelt dat Brussel I-bis niet van toepassing is en de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv Pro bevoegd is.

De rechtbank past Nederlands procesrecht toe en beoordeelt de vorderingen aan de hand van artikel 431 lid 2 Rv Pro en jurisprudentie. De vorderingen worden niet in strijd met de Nederlandse openbare orde geacht, ondanks de hoge schadevergoedingen in het buitenlandse vonnis.

De rechtbank erkent het buitenlandse vonnis en veroordeelt gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen aan eisers, vermeerderd met de wettelijke rente conform de New Jersey Rules of Court vanaf 19 juli 2024. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eisers toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank erkent en legt het buitenlandse vonnis ten uitvoer en veroordeelt gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/465494 / HZ ZA 26-111
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van

1.[naam eiser 1] ,

te [woonplaats] , [staat] (Verenigde Staten) ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
te [woonplaats] , [staat] (Verenigde Staten) ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 2] ,
3.
[naam eiser 3],
te [woonplaats] , [staat] (Verenigde Staten) ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 3] ,
4.
[naam beheerder] , in zijn hoedanigheid van beheerder (administrator) van de nalatenschap (estate) van wijlen de heer [naam erflater] ,
te [woonplaats] , [staat] (Verenigde Staten) ,
hierna afzonderlijk te noemen [de beheerder] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. E.R. Koster,
tegen
KERMIS- EN MACHINEBOUW GAASENDAM INTERNATIONAL BV,
te Neede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisers hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Internationaal karakter
2.2.
Eisers zijn woonachtig in de Verenigde Staten en gedaagde is gevestigd in Nederland. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak, zal zij toetsen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in dit geschil en welk recht van toepassing is op het geschil.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Brussel I-bis) niet op deze zaak van toepassing is. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in ECLI:EU:C:1994:13 bepaald dat een vordering tot tenuitvoerlegging van een rechterlijk vonnis buiten het toepassingsbereik van het EEX-verdrag (de voorloper van Brussel I-bis) valt. De eventuele rechtsmacht in deze zaak wordt ook niet bestreken door andere verordeningen of verdragen. De rechtbank moet daarom nagaan of zij internationaal bevoegd is op grond van een regel van het commune internationale bevoegdheidsrecht. Op grond van artikel 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.
2.4.
Het voorgaande brengt mee dat het Nederlandse procesrecht op het geschil van toepassing is op grond van artikel 10:3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.5.
De vorderingen dienen te worden beoordeeld op grond van artikel 431 lid 2 Rv Pro, in combinatie met (ECLI:NL:HR:2014:2838). Bij de beoordeling van de vraag of een buitenlandse beslissing in strijd is met de Nederlandse openbare orde, geldt dat het enkele feit dat er in de buitenlandse beslissing een naar Nederlandse begrippen hoge schadevergoeding is toegekend, niet meebrengt dat sprake is van strijd met de openbare orde als bedoeld in artikel 1076 Rv Pro (vgl. ECLI:NL:PHR:2021:1060). In dat licht komen de vorderingen van eisers de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen zullen als volgt worden toegewezen.
2.6.
Eisers vorderen voorts primair de wettelijke rente (
post-judgment interest) conform artikel 4:42-11 (a) (iii) van de New Jersey Rules of Court, subsidiair de Nederlandse wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro, over de gevorderde bedragen vanaf
19 juli 2024. Uit het vonnis en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen van het New Jersey Superior Court volgt dat Amerikaans recht is toegepast op de schadevergoedingsvorderingen. Nu het vonnis wordt erkend, zijn partijen aan deze beslissing over het toepasselijke recht gebonden. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de met de schadevergoedingsvordering nauw samenhangende vordering tot betaling van wettelijke rente over deze schadevergoeding ook wordt beheerst door Amerikaans recht. De gevorderde wettelijke rente conform artikel 4:42-11 (a) (iii) van de New Jersey Rules of Court zal daarom worden toegewezen met ingang van 19 juli 2024.
2.7.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
2.803,00
- salaris advocaat
4.631,00
(1 punt × € 4.631,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
7.778,67

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
erkent de vonnissen die de New Jersey Superior Court in de zaak met zaaknummer SOM-L-737-19 tegen gedaagde heeft uitgesproken, voor zover gedaagde daarin is veroordeeld tot betaling van de onder beslissing 3.2 tot en met 3.5 genoemde bedragen,
3.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag USD 11.732.795,87, te vermeerderen met de wettelijke rente conform artikel 4:42-11 (a) (iii) van de New Jersey Rules of Court over het gevorderde bedrag, met ingang van 19 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening,
3.3.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan [eiser 2] van een bedrag USD 10.559.516,29, te vermeerderen met de wettelijke rente conform artikel 4:42-11 (a) (iii) van de New Jersey Rules of Court over het gevorderde bedrag, met ingang van 19 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening,
3.4.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan [eiser 3] van een bedrag USD 14.079.255,05, te vermeerderen met de wettelijke rente conform artikel 4:42-11 (a) (iii) van de New Jersey Rules of Court over het gevorderde bedrag, met ingang van 19 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening,
3.5.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan [de beheerder] van een bedrag USD 8.212.952,99, te vermeerderen met de wettelijke rente conform artikel 4:42-11 (a) (iii) van de New Jersey Rules of Court over het gevorderde bedrag, met ingang van 19 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 7.778,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
Wijst het anders of meer gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
JV/MS