ECLI:NL:RBGEL:2026:5078

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/05/466351
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 ZvwArt. 13 lid 1 Zvw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen Waal Kliniek tegen Menzis inzake contracteerplicht zorgverzekering

Waal Kliniek, een zelfstandig behandelcentrum gespecialiseerd in flebologie en proctologie, vorderde in kort geding dat Menzis Zorgverzekeraar verplicht zou worden een zorgovereenkomst aan te bieden of te onderhandelen over contracten voor 2026 en 2027. Waal Kliniek stelde dat Menzis onrechtmatig handelt door geen contract aan te bieden, mede vanwege schending van de zorgplicht, een cessieverbod en een te lage vergoeding.

Menzis voerde verweer dat zij voldoende zorg heeft ingekocht en dat er geen contracteerplicht bestaat, ook niet op grond van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank overwoog dat de zorgverzekeraar een regierol heeft en contractsvrijheid geldt, waarbij de zorgplicht niet automatisch leidt tot een contracteerplicht met een specifieke zorgaanbieder.

De rechtbank stelde vast dat de stellingen van Waal Kliniek onvoldoende aannemelijk zijn en dat nader onderzoek in een bodemprocedure nodig is om te beoordelen of de zorgplicht is geschonden. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid en het Integraal Zorgakkoord biedt geen grond voor de gevorderde voorzieningen.

De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en veroordeelde Waal Kliniek in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van contractsvrijheid en de regierol van zorgverzekeraars bij het inkopen van zorg, waarbij geen verplichting tot contractering met elke zorgaanbieder bestaat.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Waal Kliniek af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/466351 / KG ZA 26-168
Vonnis in kort geding van 29 juni 2026
in de zaak van
STICHTING WAAL KLINIEK,
statutair gevestigd en kantoorhoudend te Wageningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Waal Kliniek,
advocaat: mrs. K. Mous en drs. R. Kuiper,
tegen
MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudend te Wageningen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Menzis,
advocaat: mr. B.T.J.A. van Aalst,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 19,
- de akte eiswijziging van Waal Kliniek,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11,
- de akte met aanvullende producties 20 tot en met 24,
- de mondelinge behandeling van 15 juni 2026,
- de pleitnota van Waal Kliniek,
- de pleitnota van Menzis.
1.2.
Ten slotte is op heden vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Waal Kliniek is een zelfstandig behandelcentrum met locaties in Duiven en Veenendaal. Zij drijft een expertisecentrum voor de diagnose en behandeling van spataderen (flebologie) en anale aandoeningen (proctologie). Daarnaast verricht Waal Kliniek op kleine schaal dermato-chirurgie. Op het gebied van flebologie heeft Waal Kliniek een landelijk marktaandeel van 30%. 27% van de patiënten van Waal Kliniek is verzekerd bij Menzis.
2.2.
Sinds 2024 heeft Waal Kliniek tevergeefs pogingen gedaan om met Menzis zorgovereenkomsten te sluiten. Menzis heeft de aanvragen steeds afgewezen en daaraan ten grondslag gelegd dat i) zij voldoende zorg heeft ingekocht bij andere zorgaanbieders in de regio ii) zij voldoet aan haar zorgplicht en iii) er sprake is van een beperkt aantal bemiddelingsverzoeken voor het type zorg dat Waal Kliniek levert.
2.3.
Menzis vergoedt een deel van de behandelingskosten op niet gecontacteerde basis aan haar verzekerden die voor Waal Kliniek kiezen. Bij het bepalen van deze vergoeding ex artikel 13 Zorgverzekeringswet Pro (Zvw) gaat Menzis uit van een gemiddelde van de tarieven die zij met gecontracteerde zorgaanbieders is overeengekomen. Dat gemiddelde minus een korting van 25% levert het bedrag van de vergoeding aan de Menzis-verzekerde op. Waal Kliniek hanteert een coulanceregeling die inhoudt dat zij het deel van de zorgkosten die de verzekerde niet vergoed krijgt volledig voor haar rekening neemt. Verder heeft Menzis in haar verzekeringsvoorwaarden de overdraagbaarheid van vorderingen van verzekerden die voortvloeien uit verzekeringsovereenkomsten uitgesloten. Verzekerden die gebruik maken van niet-gecontracteerde zorg moeten de door hun gemaakte kosten zelf declareren bij Menzis en na ontvangst moeten zij de betreffende vergoeding doorbetalen aan hun zorgaanbieder.
2.4.
Waal Kliniek vordert in dit kort geding – samengevat – primair i) een gebod van Menzis tot het doen van een aanbod van een zorgovereenkomst voor proctologie en flebologie, voor de contractjaren 2026 en 2027, met daarin nader gespecificeerde elementen ten aanzien van de tarieven, het volume en overige voorwaarden zoals opgenomen in haar akte eiswijziging en ii) een verbod van Menzis om, zolang zorgaanbieders in de regio de zogenaamde Treeknormen overschrijden, geen aanbod te doen onder de afwijzingsgrond dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht.
Subsidiair vordert Waal Kliniek i) een gebod tot (door) onderhandelen over zorgovereenkomst(en) voor de contractjaren 2026 en 2027 op basis van dezelfde elementen als primair gevorderd en ii) een gebod tot het aanbieden van een betaalovereenkomst tot dat tussen partijen een zorgovereenkomst is gesloten en voor zover de onderhandelingen niet resulteren in een zorgovereenkomst iii) een gebod tot het continueren van de betaalovereenkomst en in overleg te treden met Waal Kliniek over de wijze waarop de negatieve gevolgen van de ongewenste gecontracteerde status zo veel als mogelijk worden gemitigeerd. Tot slot vordert Waal Kliniek dat aan de vorderingen een dwangsom wordt verbonden, Menzis wordt veroordeeld tot betaling van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten à € 8.275,98 en de proceskosten. De vorderingen van Waal Kliniek zullen worden afgewezen. Hieronder zal worden uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Waal Kliniek daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
De primaire vordering
3.2.
De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat niet aannemelijk wordt geacht dat Menzis in een bodemprocedure zal worden veroordeeld om een zorgovereenkomst voor 2026 en 2027 aan Waal Kliniek aan te bieden dan wel daartoe in onderhandeling te treden. De primaire vorderingen i) en ii) komen in feite neer op een contracteerverplichting. Hetgeen Waal Kliniek naar voren heeft gebracht, kan geen grondslag vormen voor een dergelijke veroordeling, nog daargelaten dat haar stellingen in dat verband binnen het bestek van dit kort geding niet aannemelijk zijn geworden. Diezelfde stellingen legt Waal Kliniek ook ten grondslag aan haar subsidiaire vordering tot (door) onderhandelen en ook die vordering zal daarom worden afgewezen. Tot slot is niet aannemelijk geworden dat er een grondslag bestaat voor een gebod tot het aanbieden van een betaalovereenkomst.
3.3.
Aan haar primaire vorderingen legt Waal Kliniek het volgende ten grondslag. Het geheel aan omstandigheden maakt dat het handelen van Menzis jegens Waal Kliniek onrechtmatig is. Het gerechtshof Den-Haag [1] heeft de redelijkheid en billijkheid gehanteerd als grondslag voor de buitencontractuele zorgvuldigheidsverplichting van de zorgverzekeraar, waarna het hof de schending van die zorgvuldigheidsverplichting kwalificeerde als onrechtmatig en ingreep in de contractueel overeengekomen tarieven en daarmee dus in de contracteervrijheid van de zorgverzekeraar. De bijzondere zorgvuldigheid die Menzis in acht te nemen heeft, kan onder de gegeven omstandigheden ook leiden tot een verplichting tot het doen van een aanbod of een verplichting tot onderhandeling. De contracteervrijheid van Menzis wordt daarom beperkt door de redelijkheid en billijkheid. Bovendien volgt uit de hiervoor genoemde jurisprudentie dat Menzis rekening moet houden met de gerechtvaardigde belangen van Waal Kliniek omdat laatstgenoemde in grote mate afhankelijk is van Menzis. Menzis handelt om diverse redenen in strijd met de redelijkheid en billijkheid door Waal Kliniek geen contract aan te bieden en ondertussen wel maatregelen te treffen die er nu juist op zijn gericht om de contracteergraad te bevorderen. Deze redenen betreffen i) schending van de zorgplicht ex artikel 11 Zvw Pro, het hanteren van een cessieverbod en een sterk verlaagde vergoeding, die vergoeding is zelfs zo laag dat mogelijk het hinderpaalcriterium wordt geschonden, en iii) het in strijd handelen met de afspraken die voortvloeien uit het IZA en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), aldus Waal Kliniek.
3.4.
Menzis voert het volgende verweer. Uit de door Waal Kliniek aangehaalde jurisprudentie volgt weliswaar dat zorgverzekeraars tijdens het sluiten en het daaropvolgende uitvoeren van een zorgovereenkomst rekening moeten houden met de gerechtvaardigde belangen van hun aanstaande contractspartij en zelfs derden, maar niet dat daaruit een verplichting tot contractering kan voortvloeien. Zelfs binnen het met redelijkheid en billijkheid doorspekte aanbestedingsrecht geldt als uitgangspunt géén contracteerplicht. Van enige peri- en precontractuele relatie tussen partijen is evenmin sprake waardoor ook geen onderhandelplicht op Menzis rust. Tot slot heeft Menzis voldoende zorgaanbieders met voldoende capaciteit gecontracteerd om aan haar zorgplicht te voldoen, ook als Waal Kliniek morgen haar deuren zou sluiten, aldus Menzis.
3.5.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De Zvw beoogt onder meer door marktwerking de kwaliteit van de zorg te bevorderen en de kosten van de zorg te beheersen. Aan zorgverzekeraars is in dit verband een regierol toegekend bij het sluiten van overeenkomsten met zorgaanbieders en met consumenten. De wet legt in artikel 11 Zvw Pro aan zorgverzekeraars een zorgplicht op die inhoudt dat de zorgverzekeraar ervoor moet zorgen dat er voldoende zorg beschikbaar is voor de consumenten die bij hem verzekerd zijn. Daartoe koopt de zorgverzekeraar zorg in door het sluiten van zorgovereenkomsten met zorgaanbieders. Bij het inkopen van zorg geldt het uitgangspunt van contractsvrijheid. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders zijn niet verplicht om met elkaar een zorgovereenkomst te sluiten. Zorgverzekeraars hebben dus te maken met zorgaanbieders die wel en die geen zorgovereenkomst met hen hebben gesloten. Zorgverzekeraars bepalen in hun polisvoorwaarden welke vergoeding hun verzekerden ontvangen voor zorg door niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Deze vergoeding mag niet zo laag zijn dat dit feitelijk een hinderpaal voor de verzekerden oplevert om zorg van niet-gecontracteerde zorgaanbieders af te nemen (artikel 13 lid 1 Zvw Pro).
3.6.
Binnen het bestek van deze procedure kan niet worden aangenomen dat Menzis in strijd handelt met haar zorgplicht die voortvloeit uit artikel 11 Zvw Pro. Partijen twisten over de conclusies die kunnen worden getrokken uit de beschikbare data omtrent de wachttijden bij de gecontracteerde zorgaanbieders en de maximaal aanvaardbare wachttijden (Treeknormen). Volgens Waal Kliniek volgt uit gegevens van de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) dat de Treeknormen voor flebologische en proctologische behandelingen in de regio worden overschreden. Menzis voert daartegenover aan dat er beperkingen kleven aan deze wachttijdinformatie van de Nza. Volgens Menzis veranderen de wachttijden constant en communiceren niet alle zorgaanbieders hun wachttijden altijd op de juiste manier of voldoende vaak. Ook voert Menzis aan dat uit de door haar overgelegde overzichten blijkt dat op ieder peilmoment tenminste een aantal zorgaanbieders wel relevante zorg binnen de Treeknormen kunnen leveren. Verder heeft Menzis gemotiveerd weersproken dat de trendberekening van Waal Kliniek een goede weergave is van de in 2024 tot en met 2026 gerealiseerde en nog te realiseren productie en dat de redelijke afstand waarop Waal Kliniek zich beroept een harde norm is. Daarnaast heeft Menzis aangevoerd dat gecontracteerde zorgaanbieders desgevraagd hebben verklaard makkelijk in zorg kunnen opschalen op het moment dat Waal Kliniek besluit geen Menzis-verzekerden meer te behandelen. Bij deze stand van zaken is daarom nader onderzoek naar de feiten en mogelijk bewijslevering nodig om vast te stellen of de Treeknormen daadwerkelijk worden overschreden en -in het verlengde daarvan- of Menzis aan haar zorgplicht voldoet. Daarvoor leent zich een bodemprocedure.
Bovendien geldt dat voor zover schending van artikel 11 Zvw Pro wel zou worden aangenomen, dit niet per definitie leidt tot toewijzing van de primaire vorderingen. Zoals reeds onder 3.5 overwogen, geldt als uitgangspunt de contractsvrijheid en heeft de zorgverzekeraar een regierol die strekt tot het bevorderen van de kwaliteit van de zorg en beheersing van de kosten. Bij schending van de zorgplicht ligt het weliswaar voor de hand om aan te nemen dat Menzis verplicht is om financiële maatregelen te treffen om verzekerden toch zorg te laten ontvangen, maar dat betekent niet per definitie dat zij verplicht is om een overeenkomst te sluiten met een specifieke zorgaanbieder, laat staan dat zij wordt verplicht om die overeenkomst te sluiten met Waal Kliniek (en dan ook nog onder de door Waal Kliniek gestelde voorwaarden). Hierin kan dan ook geen grondslag worden gevonden voor (toewijzing van) de primaire vorderingen van Waal Kliniek.
3.7.
Ook kan Waal Kliniek niet worden gevolgd in haar betoog dat Menzis op grond van de redelijkheid en billijkheid gehouden is een contract aan te bieden of daarover te onderhandelen. De (pre)contractuele verhouding tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt weliswaar beheerst door de redelijkheid en billijkheid maar het kan geen grondslag vormen voor deze gevorderde voorzieningen. Van een (begin van een) onderhandeling is bovendien ook niet gebleken. De jurisprudentie die Waal Kliniek in dit verband aanhaalt, leidt niet tot een andere conclusie. Die zaken gaan juist over gecontracteerde zorg in combinatie met het aanbieden van reële tarieven. Dit betreffen dus bestaande (pre)contractuele verhoudingen waar de redelijkheid en billijkheid een rol kan spelen. In dat kader speelde ook de door Waal Kliniek genoemde afhankelijkheid een rol. In het onderhavige geval doet zich echter niet een vergelijkbare situatie voor. Nog daargelaten dat Menzis gemotiveerd heeft betwist dat Waal Kliniek afhankelijk van haar is, is de gestelde afhankelijkheid in dit geval ook het gevolg van eigen handelen van Waal Kliniek die zelf verschillende wegen heeft bewandeld om in relatief korte tijd een marktaandeel onder Menzis verzekerden te verwerven terwijl zij wist dat zij geen contractuele relatie had met Menzis.
Het beroep van Waal Kliniek op de redelijkheid en billijkheid en de zorgvuldigheidsverplichting als grondslag voor de primaire vorderingen faalt dus.
3.8.
Uit het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord vloeit evenmin een verplichting voort om met alle zorgaanbieders een contract te sluiten. Dit zou ook in strijd zijn met de eerder genoemde contractsvrijheid en de regierol van de zorgverzekeraar.
De stelling van Waal Kliniek dat het aantal bemiddelingsverzoeken beperkt blijft als gevolg van de coulanceregeling die zij hanteert, maakt, voor zover juist, het voorgaande ook niet anders. Het kan geen grond zijn om Menzis te verplichten een overeenkomst met Waal Kliniek te sluiten, niet op zichzelf en ook niet in combinatie met andere stellingen van Waal Kliniek. Het hanteren van een (volledige) coulanceregeling is een eigen keuze van Waal Kliniek. In ieder geval kan nu niet worden aangenomen -zoals Waal kliniek stelt- dat wachtlijsten verder zullen oplopen en Treeknormen verder zullen worden overschreden als zij de coulanceregeling beëindigt. Daarvoor wordt ook verwezen naar het hetgeen hiervoor is overwogen over wachtlijsten en Treeknormen. Die coulanceregeling maakt ook dat nu niet kan worden aangenomen dat Menzis-verzekerden zodanige eigen bijdragen moeten leveren dat zij onrechtmatig worden geprikkeld om geen zorg meer af te nemen bij Waal Kliniek, zoals Waal Kliniek ook stelt. Hoewel de voorzieningenrechter uit randnummer 7.20 van de dagvaarding afleidt dat de vraag of het hinderpaalcriterium wordt geschonden, op zichzelf in dit kort geding niet voorligt, kan met het oog op de gestelde onrechtmatigheid in het licht van dat criterium wel worden vastgesteld dat Menzis-verzekerden door de coulanceregeling helemaal geen eigen bijdrage betalen bij het afnemen van niet-gecontracteerde zorg bij Waal Kliniek. Er is feitelijk helemaal geen hinderpaal nu, nog daargelaten dat het in dit geval gaat om laagcomplexe en relatief goedkope zorg en dat Menzis het recht heeft om verzekerden te prikkelen -door niet-gecontracteerde zorg niet volledig te vergoeden- gebruik te maken van gecontracteerde zorg.
Verder is het cessieverbod, in het licht van het voorgaande en het verweer van Menzis [2] , niet onrechtmatig jegens Waal Kliniek. Menzis heeft in dit kader onbetwist gesteld dat rechtstreekse vergoeding van zorgkosten aan zorgaanbieders de betrokkenheid van verzekerden bij de financiële afwikkeling van zorg zou ondermijnen. Waal Kliniek heeft ter zitting verder nog toegelicht dat het cessieverbod bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders onderdeel is van haar beleid en dat zij voor Waal Kliniek daarop geen uitzondering kan maken. De voorzieningenrechter ziet dan ook evenmin aanleiding voor het veroordelen van Menzis tot het sluiten van een betaalovereenkomst met een rechtstreekse declaratiemogelijkheid.
3.9.
Dit alles overziende leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Waal Kliniek zullen worden afgewezen.
3.10.
Waal Kliniek is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Menzis worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Waal Kliniek af,
4.2.
veroordeelt Waal Kliniek in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Waal Kliniek niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.
1780

Voetnoten

1.Gerechtshof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1101, Gerechtshof Den-Haag 14 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2096.
2.Menzis beroept zich in dat verband op ECLI:NL:GHARL:2018:6229, r.o. 5.17.