Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Ede, het college
Samenvatting
Procesverloop
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de intrekking van het recht op bijstand van eiser over de periode van 1 november 2021 tot en met 11 september 2024 op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Ede heeft het recht op bijstand ingetrokken omdat eiser niet heeft gemeld dat hij op geld waardeerbare activiteiten verrichtte, waaronder handel in oud ijzer, en niet woonde op het opgegeven uitkeringsadres.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat het college terecht heeft gehandeld. Uit uitgebreid onderzoek, waaronder raadpleging van Suwinet, bankafschriften, Kamer van Koophandel-gegevens, waarnemingen door fraudepreventiemedewerkers en verklaringen van derden, blijkt dat eiser gedurende de gehele periode in geding op geld waardeerbare activiteiten heeft verricht die niet zijn gemeld.
Eiser voerde aan dat het college onvoldoende bewijs had geleverd en dat het recht op bijstand ten minste schattenderwijs vastgesteld had moeten worden. De rechtbank oordeelt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld, ook niet schattenderwijs, omdat eiser geen concrete gegevens over zijn werkzaamheden heeft verstrekt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de intrekking van de bijstand en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en het niet vast te stellen recht op bijstand.