Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] B.V., uit [plaats 1] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Drijfmest-arrest van de Hoge Raad van belang. [11] In dat arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit als de gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend. Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe onder andere behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Zo’n gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn als zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:
artikel 4.1 lid 1 van het Activiteitenbesluit in samenhang met artikel 4.4a lid 3 van de Activiteitenregeling in samenhang met voorschrift 6.2.1. van de PGS 15 (PGS 15 versie 2016).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover bij dat besluit het verzoek van eiseres om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van haar bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, is afgewezen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- veroordeelt het college in de kosten van eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep tot een bedrag van in totaal € 3.142,-;
- bepaalt dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 385,- vergoedt.