Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 1 april 2026
[belanghebbende] B.V., uit [plaats 1], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
[locatie 1]te [plaats 2]. De opdracht is medio 2019 verstrekt en duurt tot nader opzegging. De opdracht geldt voor het gebied dat ik met mijn kantoor bestrijk. U heeft aangegeven in de overige gebieden zelf uit te kijken naar een vervangend pand. Uiteraard ben ik bereid u ook daarbij te ondersteunen. Tot nog toe is helaas geen vervangend pand gevonden. De coronajaren zijn daar voor een belangrijk deel debet aan geweest. (…)”
[locatie 5]te [plaats 4]
[locatie 10]te [plaats 4] bekeken. Dat pand vond ik te duur. Bovendien is er te weinig parkeerruimte.
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
- de notulen van de directievergadering van 6 juni 2019, waarin is opgenomen dat de behaalde boekwinst van de verkoop zal worden aangewend voor investeringen in aan te kopen of te ontwikkelen onroerend goed;
- de e-mail van 2 januari 2023 van belanghebbende aan de inspecteur, waarin is verklaard dat [persoon D] 8 à 9 panden heeft bezocht;
- de verklaring van [persoon E] van 7 februari 2023;
- de verklaring met opdrachtbevestiging van [persoon F], makelaar bij [naam bedrijf 2], van 5 juli 2023;
- de verklaring van [persoon D] van 11 april 2024.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar uitsluitend voor zover die betrekking heeft op de belastingrente;
- vermindert de belastingrente tot € 12.386;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de voor dit deel vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 800;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 371 vergoedt.