Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie 1] ,
2.
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Deze civiele bodemzaak betreft een geschil over de eigendom van een strook grond rondom de erfgrens tussen de percelen van eiser en gedaagden. Na een erfgrensreconstructie door het kadaster op 26 augustus 2024, vordert eiser een verklaring voor recht dat de perceelsgrens is zoals vastgesteld door het kadaster. Gedaagden vorderen in reconventie een verklaring voor recht dat zij eigenaar zijn van de betwiste strook grond op grond van verkrijgende of bevrijdende verjaring.
De rechtbank stelt vast dat gedaagden sinds 2019 eigenaar zijn van aangrenzende percelen en dat de afrastering die de feitelijke grens bepaalt al sinds 1994 op dezelfde plaats staat. Gedaagden gebruiken de strook onder andere als looppad langs hun paardenbak. Echter, de rechtbank oordeelt dat het gebruik en de afrastering niet kwalificeren als bezitsdaden die nodig zijn voor verjaring. Het feitelijke gedrag van gedaagden en hun rechtsvoorgangers geeft niet duidelijk te kennen dat zij als eigenaar wilden optreden.
Daarmee is geen termijn aangevangen voor verkrijgende of bevrijdende verjaring. De kadastrale grens blijft de juridische eigendomsgrens, waardoor de vordering van eiser wordt toegewezen en de vorderingen van gedaagden worden afgewezen. Een aanvullende vordering van eiser tot verwijdering van zaken op de grens wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad voor de verklaring voor recht, wel voor de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de kadastrale grens als eigendomsgrens en wijst het beroep op verjaring af.