ECLI:NL:RBGEL:2026:2419
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Wevers
- Rechtspraak.nl
Aftrek studiekosten collegegeld buitenlandse student na dwaling over betalingstijdstip
Belanghebbende, een buitenlandse student die in augustus 2018 naar Nederland emigreerde voor een masteropleiding, betaalde het collegegeld voor het studiejaar 2018/2019 reeds in juni 2018. De inspecteur weigerde de aftrek van deze studiekosten in de inkomstenbelasting 2018 toe te staan, omdat de betaling volgens hem niet op het juiste tijdstip had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de universiteit onjuiste informatie gaf door te suggereren dat het collegegeld binnen twee weken na factuurdatum betaald moest zijn, terwijl volgens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) het collegegeld pas verschuldigd is vanaf de inschrijving per 1 september 2018. Hierdoor was er sprake van dwaling bij zowel belanghebbende als de universiteit over het tijdstip van betaling.
De rechtbank stelt vast dat de betaling moet worden toegerekend aan het tijdstip waarop de verplichting tot betaling daadwerkelijk ontstond, namelijk 1 september 2018. Hierdoor komt belanghebbende wel in aanmerking voor aftrek van studiekosten en een beschikking restant persoonsgebonden aftrek van € 18.350.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure is overschreden met zes maanden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 500. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van deze schade, de proceskosten van € 2.534 en het griffierecht van € 51.
De uitspraak vernietigt het bestreden deel van de uitspraak op bezwaar en stelt het restant persoonsgebonden aftrek vast op € 18.350.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en stelt de aftrek studiekosten vast op € 18.350, met vergoeding van immateriële schade en proceskosten aan belanghebbende.