ECLI:NL:RBGEL:2026:1201

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
AWB – 24 _ 8817
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering per 10 januari 2024, welke door het UWV is afgewezen op 27 maart 2024. Na bezwaar en beroep heeft het UWV het bezwaar op 13 februari 2025 ongegrond verklaard. Eiseres stelt dat zij meer arbeidsongeschikt is dan vastgesteld, met name vanwege klachten als verstoring van haar energiehuishouding, prikkelgevoeligheid en beperkingen in handgebruik.

De rechtbank overweegt dat de verzekeringsartsen de medische situatie van eiseres zorgvuldig en deugdelijk hebben beoordeeld, waarbij ook de rapportage van Icara en de huisarts zijn betrokken. De subjectieve klachtenbeleving van eiseres is onvoldoende om een verdere urenbeperking aan te nemen, omdat objectieve medische onderbouwing ontbreekt. De functionele beperkingen zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 30 januari 2024.

De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiseres met deze beperkingen geschikt is voor de geduide functies. De rechtbank volgt dit oordeel en verklaart het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen recht op een WIA-uitkering. Ook wordt het griffierecht niet teruggegeven en worden geen proceskosten aan het UWV opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8817

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: E.H. van den Brink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met ingang van 10 januari 2024. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 27 maart 2024 afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 maart 2024.
2.1.
Met de brief van 17 oktober 2024 heeft eiseres het UWV in gebreke gesteld.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar.
2.3.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
Het UWV heeft met het besluit van 13 februari 2025 (het bestreden besluit) beslist op het bezwaar van eiseres. Het bezwaar is bij dit besluit ongegrond verklaard.
2.5.
Eiseres heeft een beroepschrift ingediend tegen het bestreden besluit.
2.6.
Het UWV heeft hier gereageerd met een verweerschrift.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Eiseres heeft gedurende gemiddeld 37,93 uur per week gewerkt als marketing manager bij haar (ex-)werkgever. Zij is op 12 januari 2022 uitgevallen voor dit werk wegens gezondheidsklachten. Na twee jaren van arbeidsongeschiktheid heeft zij een WIA-uitkering aangevraagd.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Bij het besluit van 27 maart 2024 is de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering afgewezen. Aan het besluit ligt een theoretische schatting ten grondslag, gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige. De bevindingen van de verzekeringsarts zijn vastgelegd in de rapportage van 30 januari 2024. De door de verzekeringsarts aangenomen functionele beperkingen van eiseres zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van dezelfde datum. Aan de hand van de medische rapportage van de verzekeringsarts en de FML heeft de arbeidsdeskundige de arbeidsongeschiktheid van eiseres in de zin van de Wet WIA vastgesteld op 9,27%, wat minder is dan 35%. Eiseres heeft daarom geen recht op een WIA-uitkering.
4.1.
Met het besluit van 13 februari 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Aan het besluit ligt een theoretische schatting ten grondslag gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige b&b. De bevindingen van de verzekeringsarts b&b zijn vastgelegd in de rapportage van 3 februari 2025. De verzekeringsarts b&b ziet geen aanleiding om van het oordeel van de verzekeringsarts af te wijken. Aan de hand van de medische rapportage van de verzekeringsarts b&b en de FML van 30 januari 2024 heeft de arbeidsdeskundige b&b eiseres geschikt geacht voor de in de primaire fase geduide functies. Eiseres blijft onverminderd 9,27% arbeidsongeschikt in de zin van de Wet WIA.
Meer beperkt?
5. Eiseres heeft – kortgezegd – aangevoerd dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsarts is aangenomen. Eiseres acht zichzelf 80-100% arbeidsongeschikt. De verzekeringsartsen hebben ten onrechte geen (verdere) urenbeperking aangenomen. Eiseres is niet in staat acht uur per dag te werken, wegens (onder meer) een verstoring van haar energiehuishouding. Dit is objectiveerbaar door het dagverhaal en de rapportage van Icara van 9 maart 2023. Eiseres is daarnaast prikkelgevoelig, ze kan niet snel lezen en ze kan niet goed werken met haar linkerhand. Bovendien kan ze niet herhaaldelijk buigen, omdat dat duizeligheid uitlokt.
5.1.
Onder verwijzing naar het bestreden besluit en de rapportage van de verzekeringsarts b&b en arbeidsdeskundige b&b, vult het UWV bij verweerschrift aan dat de verzekeringsarts b&b al op de hoogte was van de inhoud van de rapportage van 9 maart 2023 van Icara en dit heeft betrokken bij de medische beoordeling.
Er is geen (verdergaande) urenbeperking aangewezen. Niet de subjectieve klachtenbeleving van eiseres is beslissend voor de beantwoording van de vraag welke beperkingen zijn vast te stellen. Het UWV verwijst daarbij naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). [1]
Deugdelijk gemotiveerd dat eiseres niet meer beperkt is?
6. Voorts hebben de verzekeringsartsen naar het oordeel van de rechtbank voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiseres per 10 januari 2024 niet meer beperkt is dan is aangenomen.
Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat er ten onrechte geen (verdergaande) urenbeperking is aangenomen, volgt de rechtbank eiseres daarin niet. De verzekeringsarts acht de geclaimde klachten van eiseres consistent en neemt daarom beperkingen aan. Binnen die aangenomen beperkingen ziet de verzekeringsarts geen reden om een (verdergaande) urenbeperking aan te nemen. Uit de anamnese en het dagverhaal blijkt namelijk geen significante stoornis in de energiehuishouding. Vermoeidheid is op zichzelf geen klacht en eiseres slaapt ’s nachts goed. Het gegeven dat zij overdag twee uur rust, doet hieraan onvoldoende af. Zij is daarbij verder ook de hele dag normaal actief; zij wandelt, fietst en gaat naar de sportschool. Het is niet zo dat eiseres niet beschikbaar is voor werk in verband met een intensieve behandeling. Wel neemt de verzekeringsarts een beperking aan voor overwerken en ’s avonds, ’s nachts en onregelmatig werken. De verzekeringsarts b&b volgt het standpunt van de verzekeringsarts en voegt daaraan toe dat eiseres geen medische problematiek kent die gepaard gaat met een objectiveerbare stoornis in de energiehuishouding dan wel een verhoogde recuperatienoodzaak. Dat eiseres dit wel zo ervaart kan hier, bij ontbreken van een concreet medisch substraat, niet aan af doen. Eiseres is slechts beperkt onderzocht door de behandelende sector en hierbij zijn geen verklarende afwijkingen vastgesteld. Bij het onderzoek door Icara zijn slechts geringe objectiveerbare afwijkingen vastgesteld, aldus de verzekeringsarts b&b. De rechtbank kan de redeneringen en conclusies van de verzekeringsartsen volgen en ziet daarbij niet dat de verzekeringsartsen relevante medische informatie over de gezondheidstoestand van eiseres hebben gemist of ten onrechte niet hebben betrokken bij hun beoordeling.
Dat de verzekeringsarts van Icara een urenbeperking heeft aangenomen, omdat eiseres een lage draagkracht heeft, is in de rapportage naar het oordeel van de rechtbank niet medisch onderbouwd en dat standpunt is bovendien door de verzekeringsartsen van het UWV gemotiveerd weerlegd. Uit de brief van 8 januari 2026 blijkt dat de huisarts in retroperspectief geen eenduidige diagnose long covid kan stellen, omdat er overlappende klachten zijn met het chronisch post-commotioneel syndroom. De covid-besmetting was daarbij reeds bij de verzekeringsartsen bekend. Eiseres heeft nooit eerder een standpunt over long covid en vermoeidheidsklachten ingenomen. In het licht van de hiervoor beschreven motiveringen van de verzekeringsartsen kent de rechtbank meer waarde toe aan hun beoordeling dan aan het Icara-rapport en de brief van de huisarts.
Bovendien kan aan de wijze waarop eiseres zelf haar klachten ervaart, in de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen doorslaggevende betekenis toekomen. [2] Alleen klachten die kunnen worden geobjectiveerd met medische gegevens kunnen leiden tot het aannemen van beperkingen voor het verrichten van arbeid. Het betoog van eiseres slaagt daarom niet.
6.1.
Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat de resultaten uit ademhalings- en oogmotoriekevaluatie met zich meebrengen dat meer beperkingen zijn aangewezen, volgt de rechtbank eiseres daarin niet. De verzekeringsarts van Icara heeft aan de onderzoeksresultaten geen conclusies verbonden.
Eiseres wordt niet gevolgd in haar standpunt dat de verzekeringsarts van Icara de testresultaten niet heeft meegenomen in de beoordeling, omdat de testen hebben plaatsgevonden na het spreekuur. De rechtbank acht het aannemelijk dat de rapportage is opgemaakt na de testen, aangezien de beoordeling van de verzekeringsarts in volgorde na de testresultaten is opgenomen in de Icara-rapportage, en het bovendien erg onlogisch zou zijn dat de beoordeling door de verzekeringsarts van Icara zou hebben plaatsgevonden voordat de testen waren uitgevoerd.
Voorts heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat een stoornis in het kleurenzien en beperkingen voor hand/vingergebruik (links) niet geobjectiveerd kunnen worden. [3] De rechtbank heeft, bij gebrek aan andersluidende medische informatie overgelegd door eiseres, geen aanleiding om te twijfelen aan de overweging van de verzekeringsarts b&b. Ook de claim dat eiseres niet veelvuldig kan buigen, is niet medisch onderbouwd.
Voor zover eiseres stelt dat er ten aanzien van afleiding door prikkels een verdere beperking moet worden aangenomen, volgt de rechtbank eiseres daarin niet. De verzekeringsartsen hebben een beperking aangenomen op dit gebied. Een objectieve medische onderbouwing voor een verdere beperking ontbreekt.
6.2.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de medische belastbaarheid van eiseres op de datum in geding in de rapporten op inhoudelijk overtuigende wijze is gemotiveerd. Eiseres moet op de datum in geding daarom in staat worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 30 januari 2024.
Geduide functies geschikt?
7. De beroepsgrond van eiseres, dat zij ongeschikt is voor de geduide functies, slaagt niet. De arbeidsdeskundige b&b heeft voldoende deugdelijk gemotiveerd dat de geduide functies de functionele beperkingen van eiseres niet te buiten gaan. Uitgaande van de beperkingen zoals weergegeven in de FML, waartoe de rechtbank verwijst naar overweging 6.2, moet eiseres worden geacht de geduide functies te kunnen verrichten. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Ook bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling van het UWV in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uitspraak van de CRvB van 15 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:954.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3917.
3.Zie de rapportage van de arbeidsdeskundige b&b van 6 februari 2025, pagina 6.