ECLI:NL:CRVB:2024:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid van 69,95% na WIA-beoordeling
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV op 69,95%, omdat hij meent meer beperkingen te hebben en de geselecteerde functies niet te kunnen vervullen.
De rechtbank Rotterdam heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de vaststelling in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na behandeling van het hoger beroep. De Raad oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de beperkingen van appellant zijn onderschat.
De medische beoordeling hield rekening met kortademigheid, hartklachten en andere klachten, maar concludeerde dat er geen noodzaak is voor een urenbeperking. Psychische klachten en schouderklachten zijn niet voldoende medisch onderbouwd. De arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies geschikt zijn, ondanks diabetes mellitus en de noodzaak van een schone ruimte voor medicatiegebruik.
Ook de werkomgeving is passend ingericht om adequaat te reageren op hypo- of hyperglykemie. Het beroep van appellant op extra beperkingen en ongeschiktheid voor de functies wordt niet gevolgd. De vaststelling van 69,95% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant op 69,95% wordt bevestigd.