Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaken tussen
[eiseres 1] (ARN 24/319),
[derde-partij 1] en [derde-partij 2]uit [plaats] , vergunninghouders.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
Leeswijzer
- het college hen ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren op het advies van de stedenbouwkundige;
- het college uit is gegaan van een onjuiste maatvoering;
- het college niet op grond van de gebruikte bevoegdheid de derde woonlaag kon vergunnen;
- dat de derde woonlaag in strijd is met de beleidsregels;
- dat het college ten onrechte niet is afgeweken van de beleidsregels;
- dat het college ten onrechte heeft besloten dat de derde woonlaag niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand.
Beroepsgronden
Belangenafweging
Wanneer na het horen aan het bestuursorgaan feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.’
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw.’
onaanvaardbaaraantast.
‘Handhaving gevelbeeld/kwalitatieve verplichting
Koper dient bij de eerste bouwrealisatie aangebrachte gevelbeeld in stand te houden en bij eventuele (toekomstige) uitbreidingen deze uitstraling in stand te houden en de gevels vorm te geven binnen de keuzemogelijkheden van het gekozen thema.’
Op uw verzoek hebben wij beoordeeld of het bouwplan zowel op zich zelf beschouwd als in relatie tot de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand. Bij de beoordeling hebben wij de reguliere criteria van bouwsteen 'W3 woongebieden en inbreidingen vanaf 1990' uit de Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit aangehouden. Verder hebben wij rekening gehouden met het feit dat het toetsingsniveau 'luw' van toepassing is op deze locatie.’
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiseres [eiseres 1] moet vergoeden;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers [eiser 1] en [eiseres 2] moet vergoeden;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers [eiser 2] en [eiseres 3] moet vergoeden.