Uitspraak
1.[verzoeker sub 1] ,
2.
[verzoeker sub 2],
1.[verweerder sub 1] ,
2.
[verweerder sub 2],
3.
[verweerder sub 3],
4.
[verweerder sub 4],
5.
[verweerder sub 5],
Rechtbank Gelderland
Verzoekers, eigenaars van een appartementsrecht binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE), verzochten de kantonrechter om een bevel tot wijziging van de splitsingsakte op drie specifieke punten. Zij stelden dat de feitelijke situatie van het pand niet overeenkomt met de splitsingstekening uit 2009. Verweerders, mede-eigenaars binnen de VvE, verzetten zich hiertegen en voerden onder meer een beroep op het gezag van gewijsde van een eerdere beschikking uit 2019.
De kantonrechter oordeelde dat het eerdere verzoek wezenlijk anders was en dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht. Vervolgens werd beoordeeld of de gevraagde wijzigingen zo belangrijk waren dat een bevel tot wijziging gerechtvaardigd was. Op alle drie de punten (de bovenverdieping, de bergingen en de aangebrachte dakkapel en loggia) werd geoordeeld dat geen zodanige noodzaak bestond. De feitelijke situatie kwam grotendeels overeen met de akte uit 2009, en waar wijzigingen waren aangebracht, was geen sprake van een situatie die een bevel rechtvaardigde.
Daarnaast werd het verzoek om een verklaring voor recht afgewezen, omdat een dergelijke verklaring in beginsel niet in een verzoekschriftprocedure kan worden gegeven en de voorwaarden voor een uitzondering niet waren vervuld. Verzoekers konden ook niet duidelijk maken wat het praktische gevolg van de gevraagde verklaring zou zijn.
De kantonrechter wees het verzoek af en veroordeelde verzoekers in de proceskosten van verweerders, waarbij het liquidatietarief werd toegepast. De beschikking werd uitgesproken op 9 januari 2025.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de splitsingsakte en de verklaring voor recht worden afgewezen en verzoekers worden veroordeeld in de proceskosten.