Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiseres 1] , uit [plaats] , eiseres in 24/6974, 24/6975, 24/6976 en 24/6977
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
€ 235.570 moeten terugbetalen, dan zal dit leiden tot aanzienlijke liquiditeitsproblemen voor eiseressen. De heer [persoon A], bestuurder van beide ondernemingen, acht de kans groot dat de vennootschappen dan zullen moeten worden geliquideerd, omdat niet langer aan de verplichtingen kan worden voldaan. Door het verrichten van de niet-normale bedrijfsactiviteiten hebben eiseressen weliswaar omzet gedraaid, maar met een marginale winstmarge. Bovendien zijn de door hen gemaakte kosten vele malen hoger gebleken dan de gegenereerde omzet. De extra kosten zijn voornamelijk gemaakt door de (in)huur van materiaal en onderaannemers. De overige kosten zijn gelijk gebleven, maar de omzet die deze extra kosten zou moeten dekken, is weggevallen. Met andere woorden: eiseressen hebben in de perioden waar de toekenning van de subsidies op ziet dus geen enkele omzet gedraaid. Dit heeft er zelfs toe geleid dat eiseressen nu al extra leningen moeten aangaan. Het is dus niet zo, zoals de minister lijkt te veronderstellen, dat eiseressen van twee walletjes hebben gegeten.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 25 juni 2024;
- draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit op de bezwaren van eiseressen te nemen;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser in beroep ter hoogte van € 1.860;
- bepaalt dat de minister aan eiseressen het griffierecht van € 2.597 vergoedt.