Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het B16-formulier van [gedaagden] van 12 november 2024.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
leiplanten” en niet over “
leibomen”. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van [gedaagden] heeft [eiser] onvoldoende nader onderbouwd dat sprake is van bomen, hetgeen wel op haar weg had gelegen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de leibomen moeten worden aangemerkt als struiken en dat zij op minimaal 10 centimeter afstand van de erfgrens moeten staan conform de ten tijde van het planten geldende APV. Tussen partijen is niet in geschil dat de leibomen aan de midden- / achterzijde van de garage van [eiser] op meer dan 10 centimeter afstand staan. De vordering tot verwijdering van deze leibomen zal daarom worden afgewezen. Tevens staat tussen partijen vast dat de drie leibomen aan de voor- / zijkant van de woning van [gedaagden] tegen de erfgrens staan. Deze leibomen staan derhalve op minder dan de toegestane afstand van de erfgrens. De door [eiser] gevorderde verwijdering zal daarom met betrekking tot deze drie leibomen worden toegewezen.