Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
De tweede grond is dat verzoeker er in zijn processtukken steeds vanuit is gegaan dat er op enig moment verstek zou moeten worden verleend, te meer nu de griffie hem had verteld dat er alleen een akte op 8 augustus 2025 was ingediend en dit dus te laat is. Volgens verzoeker worden er door de rechter steeds in het voordeel van de wederpartij processtukken geaccepteerd die niet tijdig of niet op de juiste wijze zijn ingediend. Hierdoor wordt hij ten opzichte van de wederpartij achtergesteld.
De derde grond betreft de wijze waarop is omgegaan met zijn uitstelverzoek. Voor de rolzitting van 3 oktober 2025 heeft hij om uitstel verzocht voor het indienen van een akte omdat hij nog niet over het volledige dossier beschikte. Hij miste namelijk de akte van de wederpartij van 16 september 2025. Omdat hij niet op tijd uitsluitsel kreeg over het door hem verzochte uitstel, heeft hij noodgedwongen op 5 oktober 2025 toch een akte ingediend. Daarin heeft hij opgenomen dat hij, indien er geen verstek zou worden verleend, alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld om zijn akte aan te vullen nadat hem de ontbrekende stukken uit het procesdossier zouden zijn verstrekt. Zonder hier verder acht op te slaan heeft de griffier namens de rechter in het e-mailbericht van 14 oktober 2025 zijn akte van 5 oktober 2025 als tijdig ingediend beschouwd. Daarmee is hem geen gelegenheid gegeven om deze akte aan te vullen.