Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[naam 1], voorheen handelend onder de naam
[bedrijf 1]en
[bedrijf 2],
1.De procedure
- het (verkort) proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 18 juni 2025, waarbij door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
actio pauliana). [1] De curator baseert beide vorderingen op zowel artikel 42 Fw (onverplichte rechtshandeling anders dan om niet) als artikel 47 Fw (verplichte rechtshandeling). Partijen twisten over het antwoord op de vraag of het om verplichte dan wel onverplichte rechtshandelingen gaat. Als echter blijkt dat is voldaan aan de vereisten van zowel artikel 42 Fw als artikel 47 Fw, is beantwoording van die vraag niet relevant. Immers, als een rechtshandeling niet verplicht is, valt die onder het regime van de onverplichte rechtshandelingen. Bovendien is het door de curator ingeroepen rechtsgevolg in beide gevallen dezelfde, te weten (terug)betaling van het totaalbedrag van € 201.304,09 (artikel 51 lid 1 Fw). De rechtbank zal hierna dan ook beoordelen of de curator zowel aan de vereisten van artikel 42 Fw als aan de vereisten van artikel 47 Fw heeft voldaan.
Benadeling van schuldeisers
actio paulianaals een (eenzijdig gerichte) rechtshandeling worden aangemerkt. Zonder de betalingen aan RET zouden de gezamenlijke schuldeisers van gefailleerde, waaronder de belastingdienst als preferente schuldeiser, zich hebben kunnen verhalen op het door gefailleerde van zijn opdrachtgevers DHL en Packs ontvangen totaalbedrag van € 293.052,78. Als ervan wordt uitgegaan dat de gewraakte betalingen aan RET niet onverschuldigd waren, zou RET voor een bedrag van € 201.304,09 één van die (concurrente) schuldeisers van gefailleerde zijn. Nu gefailleerde RET als (concurrente) schuldeiser met voorrang op de andere schuldeisers heeft voldaan, kunnen de gezamenlijke (preferente en concurrente) schuldeisers zich feitelijk niet meer op dit bedrag verhalen. Hierdoor is de onderlinge rangorde tussen de gezamenlijke schuldeisers verstoord (doorbreking
paritas creditorum) en staat vast dat de (preferente) schuldeisers zijn benadeeld.
ZZP-ers door gefailleerde, bijvoorbeeld tijdens de bijeenkomst bij de rechter-commissaris. Daarmee heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de vervoerders vanaf 1 mei 2023 niet langer voor gefailleerde wilden rijden.
paritas creditorumnoodzakelijk was en dat met de feitelijke situatie per saldo een positief resultaat is behaald dat er in de hypothetische situatie niet zou zijn geweest. Hiermee staat de benadeling van de gezamenlijke schuldeisers van gefailleerde vast.
Wetenschap van benadeling