Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Gelderland
In deze huurzaak, behandeld door de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland, staat de vraag centraal of de huurders hun hoofdverblijf hebben in de gehuurde woning. De eisende partij, Stichting Vivare, stelt dat de huurders niet voldoen aan hun verplichtingen uit de huurovereenkomst, omdat zij volgens Vivare niet in de woning verblijven. De huurders, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], betwisten deze stelling en voeren aan dat zij wel degelijk hun hoofdverblijf in de woning hebben. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis van 3 december 2025 een bewijsopdracht aan de huurders gegeven, waarbij zij moeten aantonen dat zij hun hoofdverblijf in de woning hebben. De procedure is gestart na een reeks van verzoeken en gesprekken tussen Vivare en de huurders over hun woonsituatie. Vivare heeft verschillende bewijsstukken ingediend, waaronder verklaringen van buurtbewoners en energieverbruiksrapporten, die volgens hen aantonen dat de huurders niet in de woning verblijven. De huurders hebben op hun beurt verklaringen en bewijsstukken overgelegd ter ondersteuning van hun verweer. De kantonrechter heeft de huurders in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren tegen de stelling van Vivare. De zaak is aangehouden voor bewijslevering, waarbij de huurders zich op een rolzitting in februari 2026 schriftelijk kunnen uitlaten over de wijze van bewijslevering.