I. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de gewerkte schoonmaakuren na sluitingstijd van € 2.225,30 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
II. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de ’10 minuten’ uren van
€ 2.514,30 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
III. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van 197 meer-/overuren ten bedrage van € 14,45 bruto per uur, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
IV. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 3.893,72 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, als gevolg van de onterecht lagere inschaling,
V. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen twee dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot het corrigeren van de functieklasse van [eiseres] naar Verkoopmedewerker III en de daarbij behorende salarisschaal, met terugwerkende kracht vanaf mei 2019, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat [gedaagden] daartoe in gebreke blijft,
VI. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de cao-overwerktoeslag over de gemaakte over-/meeruren van € 2.332,59 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
VII. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van achterstallig vakantiegeld van € 1.274,10 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
VIII. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting binnen twee dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot correcte en nabetaling van achterstallig pensioenpremie, overeenkomstig de door de kantonrechter bij onderhavig vonnis bepaalde bedragen, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat [gedaagden] daarmee in gebreke blijft,
IX. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de wettelijke verhoging van € 8.766,33 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
X. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over voormelde vorderingen, primair vanaf mei 2024, subsidiair vanaf het moment van dagvaarding, tot aan de dag van algehele voldoening,
XI. [gedaagden] veroordeelt om binnen tien dagen na het vonnis over te gaan tot het verstrekken van gecorrigeerde correcte loonstroken en jaaropgave vanaf mei 2019 tot en met april 2024, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat [gedaagden] daartoe in gebreke blijft,
XII. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 947,00, de proceskosten en de nakosten, inclusief de wettelijke rente vanaf de dag van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.