ECLI:NL:RBGEL:2025:10753
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen invorderingsbesluit van dwangsom wegens onvergunde verbouwactiviteiten
In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een invorderingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen. Het college had een dwangsom van € 50.000,- gevorderd van eisers, omdat zij zich niet hadden gehouden aan een last onder dwangsom door onvergunde verbouwingsactiviteiten uit te voeren. Eisers waren het niet eens met dit besluit en hebben verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de invordering van de dwangsom in stand kan blijven, omdat eisers de last hebben overtreden. De rechtbank heeft in haar oordeel benadrukt dat de beëindiging van de overtreding, omdat de verbouwing inmiddels binnen de kaders van de verleende omgevingsvergunning is uitgevoerd, geen bijzondere omstandigheid vormt om van invordering af te zien. Ook de financiële draagkracht van eisers is niet voldoende onderbouwd om een uitzondering te maken op de regel dat verbeurde dwangsommen moeten worden ingevorderd. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat eisers gehouden zijn het gevorderde bedrag te betalen en geen recht hebben op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.