ECLI:NL:RBGEL:2025:10234

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
ARN 25/5553
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid burgemeester tot sluiting supermarkt/slijterij op basis van Opiumwet

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland wordt het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld in verband met de sluiting van de supermarkt/slijterij [bedrijf] in Arnhem. De burgemeester had besloten om de zaak voor een maand te sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet, omdat er hennep was aangetroffen. Verzoeker, de eigenaar van de supermarkt, was het niet eens met dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft en of de burgemeester bevoegd was om de sluiting op te leggen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester niet bevoegd was om de sluiting op te leggen, omdat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aangetroffen hennep voor eigen gebruik was. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van de burgemeester tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de supermarkt/slijterij weer geopend mag worden. De burgemeester wordt ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5553

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf] , uit Arnhem, verzoeker

(gemachtigden: mr. S. Ҫelik en mr. E. Yilmaz),
en

de burgemeester van Arnhem

(gemachtigden: mr. L.R. van Damme en E. Mensink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de supermarkt/slijterij [bedrijf] te Arnhem met ingang van 20 november 2025 voor de duur van één maand te sluiten. De burgemeester heeft artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet toegepast. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe voert hij een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Dit omdat naar zijn voorlopig oordeel de burgemeester niet bevoegd was om tot het opleggen van de last tot sluiting van [bedrijf] te komen. Verzoeker heeft namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat de aangetroffen hennep voor eigen gebruik bedoeld was. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 17 november 2025 heeft de burgemeester besloten de supermarkt/slijterij [bedrijf] aan het Nieuwe Plein 8 in Arnhem voor de duur van één maand te sluiten
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigden, en de gemachtigden van de burgemeester. Tevens was aanwezig D. Agir, tolk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Totstandkoming van het besluit
3. Verzoeker exploiteert supermarkt/slijterij [bedrijf]. Bij een controle door de politie op 26 september 2025 zijn achter de balie aangetroffen vier dichte seal bags met in elke seal bag 1 gram hennep en 1 geopende seal bag met 2,57 gram hennep. In totaal is volgens de politie 6.57 gram hennep aangetroffen. De politie heeft de burgemeester hiervan op 16 oktober 2025 met een bestuurlijke rapportage op de hoogte gesteld.
3.1.
Op 30 oktober 2025 heeft de burgemeester het voornemen bekend gemaakt om de supermarkt/slijterij voor de duur van drie maanden te sluiten in verband met de aangetroffen hennep. Nadat verzoeker zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt heeft de burgemeester op 17 november 2025 besloten de supermarkt/slijterij met ingang van 20 november 2025 te sluiten, maar de duur van de sluiting te beperken tot één maand.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van [bedrijf] over te gaan?
4. De burgemeester is bevoegd om tot het opleggen van een last onder bestuursdwang (het bevel tot sluiting van de supermarkt/slijterij) als in een lokaal een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna kortweg: drugs, harddrugs of softdrugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. [1] Doorgaans houdt de last in dat het lokaal (in dit geval de supermarkt/slijterij) voor een bepaalde periode wordt gesloten.
4.1.
De burgemeester kan deze bevoegdheid toepassen als er in of vanuit een lokaal in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 g harddrugs, 5,0 g softdrugs of vijf (hennep)planten (het door het openbaar ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking.
Is er meer dan 5 gram softdrugs aangetroffen?
4.2.
Op de zitting heeft verzoeker betwist dat de norm van 5,0 gram softdrugs wordt overschreden. Uit de bestuurlijke rapportage kan niet worden afgeleid hoe de aangetroffen drugs is gewogen. Een zakje was al geopend. Omdat niet duidelijk is hoe is gewogen, kan niet worden vastgesteld dat in dit geopende zakje 2,57 gram zat. De burgemeester stelt dat de politie altijd met geijkte weegschalen meet en dat hij mocht uitgaan van de bestuurlijke rapportage die de politie aan hem heeft verstrekt. De bestuurlijke rapportage is opgemaakt op basis van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal.
4.2.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat hoewel de bestuurlijke rapportage niet op ambtseed of -belofte is opgemaakt en daardoor minder bewijskracht heeft, dit niet meebrengt dat zij zonder betekenis is. [2] Verzoeker heeft pas op zitting de hoeveelheid gemeten drugs betwist. De enkele betwisting is echter onvoldoende. Verzoeker had zijn betoog dat er geen 2,57 gram in het reeds geopende zakje zat, nader op consistente wijze moeten onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. De voorzieningenrechter is daarom voorshands van oordeel dat de burgemeester ervan uit mocht gaan dat er een handelshoeveelheid softdrugs in het pand aanwezig was. Wel heeft de burgemeester op de zitting toegezegd in de bezwaarprocedure de aan de bestuurlijke rapportage ten grondslag liggende processen-verbaal op te zullen vragen en bij de beoordeling van het bezwaarschrift te betrekken.
Heeft verzoeker aannemelijk gemaakt dat de aangetroffen hennep voor eigen gebruik was?
4.3.
Het is vaste rechtspraak dat, indien het om een geringe overschrijding van de grens van 0,5 gram harddrugs of 5,0 gram softdrugs, of vijf (hennep)planten gaat, en de rechthebbende feiten en omstandigheden kan noemen waaruit volgt dat het om een hoeveelheid voor eigen gebruik, of althans om een hoeveelheid die niet voor verkoop, verstrekking of aflevering aanwezig was, zou kunnen gaan, er in beginsel toch geen bevoegdheid is om handhavend op te treden. Dit kan doordat de rechthebbende een helder en consistent betoog heeft over zijn eigen gebruik dat een geringe overschrijding van de 0,5 gram-grens of 5,0 gram-grens, of vijf planten-grens, vanwege dat gebruik aannemelijk maakt, geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden. De burgemeester zal dan moeten motiveren waarom desondanks de conclusie gerechtvaardigd is dat de aangetroffen hoeveelheid drugs bestemd is voor verkoop, aflevering of verstrekking, zodat hij niettemin bevoegd is om ter zake van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen. [3]
4.3.1.
Verzoeker betoogt dat de in de supermarkt aangetroffen softdrugs voor eigen gebruik is. Ter onderbouwing heeft hij twee verklaringen overgelegd van medewerkers van de coffeeshop, waar hij de hennep koopt. Hij gebruikt dagelijks softdrugs en heeft het onder de toonbank liggen, zodat hij de joints kan klaarmaken als het wat rustiger is in de winkel. Daarom heeft hij er ook vloeitjes liggen. Hij geeft verder aan dat hij geen reden heeft om de drugs te verkopen en dat het ook niet waarschijnlijk is omdat zijn zaak net zo lang open is als de coffeeshops. Er zijn– afgezien van de hoeveelheid die de norm van 5 gram beperkt overschrijdt – ook geen andere aanwijzingen van verkoop. De andere spullen die onder de toonbank liggen zijn spullen die niet goed verkocht worden. Daarom heeft hij die spullen uit de schappen gehaald en onder de toonbank gelegd. Dit betreft bijvoorbeeld sigaretten van een bepaald merk.
4.3.2.
De burgemeester betwist op zichzelf niet dat verzoeker zelf drugs gebruikt, maar stelt dat verzoeker een onvoldoende helder en consistent betoog heeft over de aangetroffen drugs en de omstandigheden waaronder de drugs is aangetroffen. Daarom is niet aannemelijk gemaakt dat de aangetroffen drugs voor eigen gebruik waren, zo stelt de burgemeester.
4.3.3.
Het is niet in geschil dat er sprake is van een geringe overschrijding van de toegestane hoeveelheid van 5,0 gram softdrugs. Verzoeker heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter met zijn verklaringen voldoende aannemelijk gemaakt dat de onder de toonbank aangetroffen hennep voor eigen gebruik was. Dat deze verklaringen onvoldoende helder en consistent zijn, zoals de burgemeester betoogt, volgt de voorzieningenrechter niet. De burgemeester gestelde redenen om toch aan te nemen dat de drugs bestemd was voor verkoop, aflevering of verstrekking zijn slechts gebaseerd op aannames. Dat heeft de burgemeester op de zitting ook erkend. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet genoeg. Hierbij is relevant dat in de supermarkt/slijterij geen andere zaken zijn aangetroffen die duiden op verkoop en ook overigens niet is gebleken van relevante feiten en omstandigheden op grond waarvan toch kan worden geconcludeerd dat de drugs bestemd was voor verkoop, aflevering of verstrekking. Er is geen loop vastgesteld, er zijn geen meldingen van verkoop of overlast en de aangetroffen drugs is (deels) te herleiden tot het experiment gesloten coffeeshopketen. Dat in het pand eerder hennep is aangetroffen leidt niet tot een andersluidend oordeel. Zo is niet vastgesteld hoeveel hennep bij de eerdere controles is aangetroffen.
Wat betekent dat voor de bevoegdheid van de burgemeester?
4.4.
Omdat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat de aangetroffen hennep voor eigen gebruik was, is de burgemeester niet bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen en het pand te sluiten. Het betoog van verzoeker slaagt.
Conclusie en gevolgen
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester niet bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen en de supermarkt/slijterij te sluiten. Het bezwaar van verzoeker heeft dan ook een redelijke kans van slagen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en schorst hij het bestreden besluit schorsen tot zes weken na de door de burgemeester te nemen beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de supermarkt/slijterij weer geopend mag worden.
5.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Ook krijgt hij een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde geldt een vast bedrag per proceshandeling met een waarde van € 907 per proceshandeling. Omdat de gemachtigde een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen leidt dit tot een totaal van € 1.814.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het besluit van 17 november 2025 tot zes weken na de door de burgemeester te nemen beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het door verzoeker betaalde griffierecht à € 194 moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.814.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet.
2.zie onder meer ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:324
3.zie onder meer ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738, ABRvS 1 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1433, ABRvS 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4083 en ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2326