ECLI:NL:RVS:2019:324
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging exploitatievergunning en sluiting coffeeshop wegens schijnbeheer
De burgemeester van Arnhem wees op 13 mei 2016 de aanvraag van appellant om verlenging van de exploitatievergunning en gedoogverklaring voor zijn coffeeshop af, omdat uit een bestuurlijke rapportage bleek dat een ander persoon, [persoon A], een dominante en leidinggevende rol had binnen de coffeeshop, wat niet overeenkwam met de aanvraag.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk de feitelijke leiding had en dat [persoon A] slechts verantwoordelijk was voor inkoop, en dat na diens ontslag de situatie was rechtgezet. Ook stelde appellant dat de burgemeester het door hem ingediende tegenbewijs onvoldoende had meegewogen en dat de sluiting van de coffeeshop onevenredig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bestuurlijke rapportage, ondanks dat deze niet op ambtseed was opgesteld, voldoende grondslag bood voor het vermoeden van schijnbeheer. Appellant slaagde er niet in dit vermoeden te ontkrachten. De rechtbank had het bewijs van appellant voldoende gewogen en terecht geoordeeld dat de burgemeester de coffeeshop mocht sluiten zonder waarschuwing, omdat exploitatie zonder vergunning verboden is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning en het sluitingsbevel van de coffeeshop wegens schijnbeheer.