Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de akte van VABO
- de akte van de gemeente.
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
2 oktober 2024;
Rechtbank Gelderland
In deze procedure tussen VABO Ontwikkeling B.V. en de gemeente West Betuwe staat centraal of door de overheid gesloten privaatrechtelijke koopovereenkomsten, waaronder voorkeursrechten, die niet conform de regels uit het Didam-arrest tot stand zijn gekomen, nietig, vernietigbaar of rechtsgeldig zijn.
De rechtbank heeft in een tussenvonnis partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Hoewel VABO bezwaren heeft tegen het stellen van deze vragen, erkent zij het belang ervan. De gemeente onderschrijft het voornemen.
De rechtbank acht het noodzakelijk prejudiciële vragen te stellen omdat de huidige procedure specifieke vragen bevat die mogelijk onvoldoende door het aanhangige cassatieberoep worden behandeld. De vragen betreffen onder meer de rechtsgevolgen van het Didam-arrest voor overeenkomsten gesloten vóór 26 november 2021, de afweging tussen het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en de mogelijkheid van schadevergoeding.
De rechtbank heeft de vragen geformuleerd en enkele aanpassingen op verzoek van partijen doorgevoerd. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de parkeerrol op 2 oktober 2024. Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2024.
Uitkomst: De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en houdt de verdere beslissing aan.