Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Gelderland
Eiser kreeg bijstand toegekend op grond van de Participatiewet vanaf september 2019. Na een politieonderzoek waarbij onder meer drugs en contant geld bij eiser werden aangetroffen, concludeerde het college dat eiser een onbekende inkomstenbron verzweeg en besloot het recht op bijstand over april 2021 en vanaf juni 2021 in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze besluiten. Eiser voerde aan dat hij de aangetroffen spullen niet bezat of verklaarde deze, en dat hij voor levensonderhoud geld leende van vrienden. Het college stelde dat de verklaringen van eiser niet geloofwaardig waren en dat uit bankafschriften bleek dat geen uitgaven voor levensonderhoud werden gedaan, wat wijst op een verzwegen inkomstenbron.
De rechtbank oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een verzwegen inkomstenbron over de periode april 2021 en juni 2021 tot juli 2022, met uitzondering van mei 2022. Over mei 2022 was er wel sprake van uitgaven en pintransacties, waardoor de intrekking en terugvordering over die maand onterecht was. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit voor mei 2022 en herroept het besluit van het college voor die maand, terwijl de rest van het besluit in stand blijft.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser en bepaalde dat een bedrag van € 14.846,71 teruggevorderd mag worden. De uitspraak kan worden bestreden bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over mei 2022 wordt vernietigd en herroepen, de rest blijft in stand met terugvordering van € 14.846,71.