ECLI:NL:RBGEL:2023:7325
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek bewindvoerder tot verwerping nalatenschap na termijn overschrijding
In deze zaak heeft de bewindvoerder verzocht om machtiging om de nalatenschap van de zus van de onder bewind gestelde rechthebbende te verwerpen. De bewindvoerder handelt namens de rechthebbende die onder bewind staat wegens geestelijke of lichamelijke toestand.
De kantonrechter heeft beoordeeld dat op grond van artikel 4:193 BW Pro een wettelijk vertegenwoordiger binnen drie maanden na het openvallen van een nalatenschap een verklaring van beneficiaire aanvaarding of verwerping moet afleggen. Bij het verstrijken van deze termijn wordt de nalatenschap geacht beneficiair te zijn aanvaard. Hoewel het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een eerdere beschikking het proportionaliteitsbeginsel toepaste en oordeelde dat de bewindvoerder niet als wettelijk vertegenwoordiger in de zin van artikel 4:193 BW Pro geldt, volgt de kantonrechter dit oordeel niet.
De kantonrechter benadrukt het belang van rechtszekerheid voor personen onder bewind en stelt dat de bescherming van artikel 4:193 BW Pro voorrang heeft boven het proportionaliteitsbeginsel. Ook wordt het lex specialis-karakter van artikel 1:441, vijfde lid, BW ten opzichte van artikel 4:193 BW Pro betwijfeld. Gezien het verstrijken van de termijn van drie maanden wordt de nalatenschap geacht beneficiair te zijn aanvaard en is het verzoek van de bewindvoerder niet ontvankelijk verklaard.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De bewindvoerder is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek om machtiging tot verwerping van de nalatenschap wegens het verstrijken van de wettelijke termijn.