ECLI:NL:GHARL:2022:8787
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwerping nalatenschap namens erfgenaam onder beschermingsbewind zonder rechterlijke machtiging
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die een verzoek tot machtiging tot verwerping van een nalatenschap namens een erfgenaam onder beschermingsbewind niet-ontvankelijk verklaarde. De erflaatster overleed in 2020 en de bewindvoerder, Markar B.V., verzocht om machtiging om de nalatenschap namens de rechthebbende te verwerpen.
De kantonrechter had artikel 4:193 BW Pro toegepast, waardoor de nalatenschap na drie maanden van rechtswege als beneficiair aanvaard werd beschouwd, en het verzoek van Markar werd afgewezen. Markar stelde in hoger beroep dat artikel 1:441 BW Pro als lex specialis geldt voor beschermingsbewind en dat de nalatenschap niet automatisch als beneficiair aanvaard moet worden.
Het hof bevestigde dat het beschermingsbewind zich uitstrekt tot toekomstige goederen, waaronder de nalatenschap, en dat artikel 1:441 BW Pro inderdaad voorrang heeft boven artikel 4:193 BW Pro in deze situatie. Hierdoor geldt de nalatenschap niet automatisch als beneficiair aanvaard na drie maanden. Tevens oordeelde het hof dat de bewindvoerder met toestemming van de rechthebbende bevoegd is tot verwerping zonder rechterlijke machtiging, en aangezien toestemming was gegeven, werd het verzoek om machtiging afgewezen.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde vast dat verwerping van de nalatenschap nog mogelijk is zonder rechterlijke machtiging indien de rechthebbende toestemming geeft.
Uitkomst: Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek om machtiging tot verwerping af omdat toestemming van de rechthebbende aanwezig is.