Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur.
Inleiding
.
Feiten
.
Rechtbank Gelderland
Belanghebbende en zijn ex-echtgenote sloten een integrale regeling waarbij belanghebbende een lumpsum betaalde en schulden aan zijn BV overnam, terwijl de ex-echtgenote afstand deed van partneralimentatie. De vraag was of deze betaling en schuldovername als afkoopsom van partneralimentatie kwalificeerden voor fiscale aftrek.
De rechtbank beoordeelde het beroep van belanghebbende tegen de vaststelling van de niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek. Belanghebbende stelde dat er een causaal verband bestond tussen de lumpsum, schuldovername en het afzien van partneralimentatie, verwijzend naar de Haviltex-norm en de integrale regeling.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de lumpsum en schuldovername direct verband hielden met het afstand doen van partneralimentatie. De beschikking van het gerechtshof Amsterdam vermeldde deze elementen als afzonderlijke onderdelen en niet als afkoop van alimentatie. Bovendien was de vrijwaring van hoofdelijke aansprakelijkheid door de BV een belangrijke reden voor het afstand doen van alimentatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag en vaststelling van de persoonsgebonden aftrek. Belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 14 december 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen causaal verband is aangetoond tussen lumpsum en schuldovername en het afstand doen van partneralimentatie.