ECLI:NL:RBGEL:2023:6174

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
10 november 2023
Zaaknummer
10124777 \ BR VERZ 22-592 \ 894 ER
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen sanctie wegens overtreding geslotenverklaring

Betrokkene is gesanctioneerd voor het als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring die sinds 1 augustus 2019 van kracht is. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard en de kantonrechter sluit zich hierbij aan.

De kantonrechter overweegt dat de bevoegdheid van de verbalisant wordt verondersteld en dat uit het dossier niet hoeft te blijken met welk doel de geslotenverklaring is ingesteld, tenzij dit op onderbouwde wijze wordt betwist. Betrokkene heeft geen specifieke feiten aangevoerd die twijfel kunnen doen ontstaan over de juistheid van de vaststelling van de overtreding.

Verder oordeelt de kantonrechter dat de randvoorwaarden uit het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen niet gelden voor de individuele weggebruiker en dat de beginperiode van gefaseerde handhaving bij eerste overtreding op 13 juni 2021 reeds was verstreken. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot matiging van de sanctie leiden. Het verweer over overschrijding van de redelijke termijn faalt omdat betrokkene niet tijdig zekerheid heeft gesteld.

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open onder voorwaarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal/uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Nijmegen, gehouden in Arnhem
zaakgegevens 10124777 \ BR VERZ 22-592 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 241912765 / SR5449
zitting van 17 oktober 2023
proces-verbaal/beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van

[betrokkene]

wonende te [adres]
betrokkene
gemachtigde N. Voorbach
tegen

de officier van justitie

De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, bijgestaan door als griffier.
Verschenen is:
mr. C.M. Oostdam, medewerker van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), als vertegenwoordiger van de officier van justitie, hierna te noemen de officier van justitie

Gronden voor de beslissing:

De inhoud van de tussenbeslissing van 4 april 2023 wordt hier overgenomen.
Betrokkene heeft tijdig zekerheid gesteld.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring.
De officier van justitie voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
Instemming hoeft niet uit het dossier te blijken. Daaruit doet geen twijfel ontstaan aan de bevoegdheid van de boa. Ik vraag ongegrondverklaring van het beroep.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Het bestaan van de bevoegdheid van de ambtenaar is het uitgangspunt. Dit brengt tevens mee dat ervan wordt uitgegaan dat de ambtenaar blijft binnen de grenzen van de hem toegekende bevoegdheden. Dit betekent dat uit het dossier niet hoeft te blijken met welk doel de geslotenverklaring is ingesteld om te kunnen beoordelen of de boa in het voorliggende geval bevoegd was om de sanctie op te leggen. Dat is slechts anders als op onderbouwde wijze wordt betwist dat de geslotenverklaring in relatie tot het in de domeinlijst vermelde doel is ingesteld (vgl. het arrest van het hof van 26 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3347). Uit de stukken van het dossier blijkt dat de geslotenverklaring is ingesteld in verband met de leefbaarheid. De grond faalt.
Betrokkene stelt dat er niet is voldaan aan enkele in het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden opgenomen randvoorwaarden. Met het kader wordt, zo volgt uit de eerste pagina, de uniformiteit van handhaving gewaarborgd en dit richt zich tot gemeenten en andere opsporingsinstanties en niet tot de individuele weggebruiker. De kantonrechter verwijst naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:2626).
Blijkens het overgelegde algemeen proces-verbaal is de geslotenverklaring van kracht geworden op 1 augustus 2019. Het beleidskader dititale handhaving geeft enkele voor boa’s richtinggevende beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van hun beboegdheid (vgl. het arrest van het hof van 1 september 2022 ECLI:NL:GHARL:2022:7566). Een daarvan is dat in de beginperiode gefaseerd wordt gestart met handhaving: “in de eerste periode wordt volstaan met waarschuwingsbrief”. Hoewel uit de stukken niet blijkt hoe lang deze “beginperiode” is gedurende welke bij eerste overtreding wordt volstaan met een waarschuwing kan in redelijkheid niet worden gezegd dat er ten tijden van de overtreding op 13 juni 2021 nog sprake was van een beginperiode als hiervoor bedoeld. Het voorschrift met betrekking tot de eerste waarschuwing geldt dus niet meer.
In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in: “De overtreding is geautomatiseerd geconstateerd en op een digitale foto vastgelegd door een camera die na het bord C01 is geplaatst. (…) De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd.”
Betrokkene heeft geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd op basis waarvan moet worden getwijfeld aan de waarneming van de verbalisant. Nu ook uit het dossier niet zulke feiten en omstandigheden blijken, is naar oordeel van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Vervolgens dient de kantonrechter te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen of kwijt te schelden. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de in hoge mate tariefsmatig vastgestelde bedragen af te wijken.
Dergelijke omstandigheden zijn hier niet gebleken.
De kantonrechter verwerpt het verweer met betrekking tot de berechting binnen een redelijke termijn, aangezien betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid heeft gesteld waardoor de zaak niet binnen 2 jaar behandeld kon worden.
De overige onbesproken gebleven gronden leiden verder niet tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.
Nu betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, bestaat geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De kantonrechter zal het kostenverzoek daarom afwijzen.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:
-verklaart het beroep ongegrond;
-wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: