ECLI:NL:RBGEL:2023:2727
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over afvalstoffenheffing en overschrijding redelijke termijn
Eiseres maakte bezwaar tegen het variabele deel van de afvalstoffenheffing over 2020, geheven in de aanslag gemeentelijke belastingen 2021. Verweerder stelde pas na ingebrekestelling en hangende beroep uitspraak op bezwaar, wat te laat was. Ook werd de hoorplicht geschonden.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag zelf terecht is en het variabele deel over 2020 gecombineerd mag worden met de aanslag over 2021. De beroepsgrond dat het bedrag onder € 10 zou zijn en daarom niet geheven mag worden, faalt. Ook de bevoegdheid van de heffingsambtenaar om aanslagen en uitspraken te doen wordt bevestigd.
Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege de te late beslissing en schending van de hoorplicht. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten (€ 2.388,50), griffierecht (€ 50) en een immateriële schadevergoeding (€ 500) wegens overschrijding van de redelijke termijn. De aanslag blijft ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens te late beslissing en schending van de hoorplicht, met handhaving van de aanslag en toekenning van proceskosten en immateriële schadevergoeding.