Uitspraak
[verweerder]
Rechtbank Gelderland
De verzoeker exploiteert een eenmanszaak en verrichtte sinds 2013 sport- en recreatieactiviteiten voor de Stichting op basis van een overeenkomst van opdracht. De Stichting zegde deze overeenkomst in november 2021 op met ingang van januari 2022. Verzoeker stelde dat de overeenkomst feitelijk een arbeidsovereenkomst betrof vanwege loon, arbeid gedurende zekere tijd en gezagsverhouding, en verzocht vernietiging van de opzegging en doorbetaling van loon.
De rechtbank overwoog dat de overeenkomst en de feitelijke uitvoering kenmerken van een overeenkomst van opdracht vertoonden, zoals zelfstandigheid van de verzoeker, betaling op factuurbasis zonder doorbetaling bij ziekte of vakantie, en het ontbreken van een gezagsverhouding. De mogelijkheid tot vervanging en het zelf bepalen van lestijden en inhoud van de lessen spraken tegen een arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter concludeerde dat niet voldaan was aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst en wees het verzoek af. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de Stichting tot terugvordering van te veel betaald loon werd niet behandeld omdat geen arbeidsovereenkomst bestond. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geen arbeidsovereenkomst bestaat en wijst het verzoek tot vernietiging van de opzegging af.