ECLI:NL:RBGEL:2021:7289
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C. Quak
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar box III-heffing 2017 en 2018
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de box III-heffing over de jaren 2017 en 2018, waarbij het bezwaar tegen de voorlopige aanslagen aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Nadat verweerder de definitieve aanslagen had vastgesteld, diende eiser een bezwaarschrift in tegen deze aanslagen, maar dit werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat verweerder door zijn handelwijze eiser op het verkeerde been heeft gezet. Verweerder had het bezwaar tegen de voorlopige aanslagen direct niet-ontvankelijk moeten verklaren en dit kenbaar moeten maken, maar stelde de beslistermijn onterecht uit, terwijl de definitieve aanslagen al waren vastgesteld.
Gelet op deze onzorgvuldigheid en het feit dat eiser zo spoedig mogelijk na kennisname van de definitieve aanslagen bezwaar heeft gemaakt, acht de rechtbank de termijnoverschrijding verontschuldigbaar. Daarom is het beroep gegrond en worden de uitspraken op bezwaar vernietigd. De zaken worden terugverwezen naar verweerder met de opdracht om de bezwaren aan te melden voor de massaal bezwaarprocedure.
De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering ongegrond, omdat eiser geen concrete gronden heeft aangevoerd dat de aanslagen te hoog zijn vastgesteld. Tot slot wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de box III-heffing 2017 en 2018 wordt gegrond verklaard en de zaken worden terugverwezen naar verweerder voor aanmelding bij de massaal bezwaarprocedure.