Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
Mensenhandel is kort gezegd het dwingen – in ruime zin – van mensen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (…) diensten (…). Mensenhandel is (gericht op) uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.”
ECLI:NL:HR:2018:1941), maar ook als de wijze waarop degene die een ander dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van (vrijwillig) verrichte seksuele handelingen meebrengt dat die bevoordeling plaatsvindt onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld (HR 4 februari 2020,
ECLI:NL:HR:2020:191).
3.De bewezenverklaring
één of meer vande onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van
/of geweld en/ofeen
/ofdreiging met
geweld ofeen andere feitelijkheid en
/ofdoor
en/of door fraude en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke
/ofdoor misbruik van een kwetsbare
en/of vooreen derde,
/of
/ofopenbaar te maken en
/of
/ofwerkgever van die [slachtoffer] te vertellen dat zij in
/of
die[slachtoffer] na
een en/of meerdereafspraken met
(een)
/of
/ofde
/of
/of
en/of
/ofdoor bedreiging met
geweld ofenige
niet te doen en/of te dulden, te weten het afstaan van
een en/of
/ofte berichten dat hij, verdachte, indien zij geen
/ofwerkgever van die [slachtoffer] zal vertellen dat die [slachtoffer] in de
/of