Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- de uitspraak op bezwaar tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 met aanslagnummer: 1733.65.425.H.07 (AWB 20/1852);
- de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2012 met aanslagnummer: 1733.65.425.H.26.01 (AWB 20/3927);
- de uitspraak op bezwaar tegen de afwijzende beschikking op het verzoek om ambtshalve vermindering van de navorderingsaanslagaanslag IB/PVV 2010 (AWB 20/3153).
Overwegingen
- een financieringsvoorstel van de Rabobank aan [bedrijfsnaam] B.V. voor een lening van € 135.000 te gebruiken voor de bedrijfsuitvoering. In het voorstel zijn zekerheden opgenomen, die gelden voor
- een afschrift van een hoofdelijke medeschuldverbintenis van 2 september 2004, waarin eiser zich hoofdelijk heeft verbonden voor een schuld van [bedrijfsnaam] B.V. aan de Rabobank van € 170.167,58;
- een financieringsvoorstel van de Rabobank aan eiser voor een financieringsbehoefte van € 224.000, waarbij de Rabobank een krediet van € 100.000 verstrekt, uitsluitend te gebruiken voor de aflossing van het krediet op de rekening van [bedrijfsnaam] B.V. Verder bestaat de financieringsbehoefte voor € 124.000 uit de aflossing van een Rabobank-lening met nummer 3691.916.848. In het financieringsvoorstel is verder vermeld:
- een nota van afrekening opgemaakt door de notaris in verband met het passeren van een akte van levering van een onroerende zaak op 28 augustus 2015. Op deze nota is vermeld ‘
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;