Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] V.O.F., te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“2.4 Administratie
[persoon D] van 28 maart 2017)?
[persoon D] . Zij stelt dat ze, anders dan [persoon D] heeft verklaard, wel degelijk steeds alle beschikbare informatie om aangifte te doen heeft overhandigd aan [persoon D] en dat zij geen aanleiding had om te twijfelen aan de juistheid van de aangiftes die hij deed. Volgens eiseres is het [persoon D] die fouten heeft gemaakt bij de aangiftes omzetbelasting en waren die fouten haar niet bekend. [persoon D] heeft volgens eiseres verklaringen afgelegd die niet juist zijn en die alleen dienden om zichzelf vrij te pleiten en eiseres te belasten.
- de vergrijpboete voor 2014 wordt (€ 17.757 x 0,8 =) € 14.206;
- de vergrijpboete voor 2015 wordt (€ 29.779 x 0,8 =) € 23.823;
- de vergrijpboete voor 2016 wordt (€ 10.551 x 0,8 =) € 8.441.
- de vergrijpboete voor 2014 wordt (€ 14.206 x 0,9 =) € 12.785;
- de vergrijpboete voor 2015 wordt (€ 23.823 x 0,9 =) € 21.441;
- de vergrijpboete voor 2016 wordt (€ 8.441 x 0,9 =) € 7.597.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar over de vergrijpboeten;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.335;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 345 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;