Eiser en zijn echtgenote zijn op verschillende momenten vanuit Eritrea naar Europa gekomen en leven al jaren feitelijk gescheiden: eiser in Nederland, zijn echtgenote in Duitsland. Hoewel zij contact onderhouden, is er geen gezamenlijke huishouding en lijkt de wil tot gezinshereniging afwezig. Verweerder kende eiser een AIO-aanvulling toe volgens de gehuwdennorm, maar eiser betwistte dit en stelde dat sprake is van duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder een huisbezoek en verklaringen van eiser, en concludeerde dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke situatie, met name naar de wens van de echtgenote. De rechtbank stelt vast dat duurzaam gescheiden leven ook kan bestaan zonder dat beide echtgenoten dit wensen, mits de samenleving feitelijk niet meer mogelijk is.
Op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad en de Memorie van Toelichting concludeert de rechtbank dat eiser en zijn echtgenote een eigen leven leiden, financieel en huishoudelijk onafhankelijk zijn en elkaar slechts sporadisch zien. Verweerder heeft nagelaten de feitelijke omstandigheden volledig te onderzoeken, waardoor het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij eiser met ingang van 2 oktober 2018 recht krijgt op een AIO-aanvulling berekend naar de ongehuwdennorm. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.