Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2020
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, verweerder.
[derde-partij]., te [woonplaats],
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de gemeente Arnhem om een tijdelijke omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een informatiecentrum in Meinerswijk, een gebied waar bevers voorkomen en die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn.
De rechtbank beoordeelt of de vergunningverlening in strijd is met de bescherming van de bever, waarbij het college zich baseerde op een deskundigenrapport dat geen aanwijzingen gaf voor verstoring of aanwezigheid van een beverburcht nabij het bouwperceel. Eisers brachten een later rapport in dat wel aanwijzingen gaf voor een beverburcht, maar dit rapport dateert van na het besluit en kon dus niet meewegen.
Daarnaast zijn andere beroepsgronden behandeld, zoals de tijdelijke aard van het bouwwerk, verplaatsing van botenopslag, bodemverontreiniging en parkeer- en verkeersvoorzieningen. Geen van deze gronden slaagt, omdat de vergunninghouder voldoende rekening heeft gehouden met deze aspecten en er geen onomkeerbare gevolgen of onuitvoerbaarheid zijn vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat het college ten tijde van het besluit geen aanknopingspunten had om de vergunning te weigeren en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak is gedaan door rechter van Gastel op 2 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.