ECLI:NL:RBGEL:2020:2627
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling statutair bestuurderschap en ontslag in arbeidsrechtelijke voorlopige voorziening
Eiser trad in 2012 in dienst bij Avantes en werd in 2013 bevorderd tot CFO/managing director. In november 2018 werd hij tijdens een gecombineerde aandeelhoudersvergadering benoemd tot statutair bestuurder van zowel Avantes als Avantes Holding, een benoeming die hij aanvaardde door onder meer ondertekening van notulen en inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
In december 2019 besloten de aandeelhouders van beide vennootschappen tot ontslag van eiser als statutair bestuurder en beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Eiser betwistte de rechtsgeldigheid van dit ontslagbesluit, onder meer wegens het ontbreken van een geldig benoemingsbesluit, schending van hoor en wederhoor en het ontbreken van redelijke gronden.
De rechtbank oordeelde dat de handelsrechter bevoegd is, dat het ontslagbesluit rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden. De inhoudelijke beoordeling van de ontslaggronden behoort tot de hoofdzaak. De voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling wordt daarom afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling af omdat het ontslagbesluit rechtsgeldig is genomen.