Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 augustus 2019
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of de arbeidsverhouding met [A] is aan te merken als een privaatrechtelijke dienstbetrekking;
- of [A] en [F] verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen;
- de grondslag van de premies, indien geoordeeld wordt dat [A] verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de naheffingsaanslagen 2012 en 2013 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslag 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die betrekking heeft op de naheffingsaanslag 2014;
- vermindert de naheffingsaanslag 2014 tot een berekend naar een grondslag van € 8.200 voor de werknemersverzekeringen van [A] ;
- vermindert de beschikking belastingrente 2014 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de in zoverre vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 2.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 3.106,40;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 338 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;