Uitspraak
- voor het jaar 2010 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H.07) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 627.203 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 131.748. Tevens is bij beschikking € 1.504 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2011 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H.17.01) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.176.153 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 119.650. Tevens is bij beschikking € 4.461 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H.27.01) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.135.364 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 98.014. Tevens is bij beschikking € 2.799 aan belastingrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2013 een aanslag (aanslagnummer [000].H.36.01) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.010.594 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 48.707. Tevens is bij beschikking € 1.511 aan belastingrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2014 een aanslag (aanslagnummer [000].H.46.01) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 619.072 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 114.797. Tevens is bij beschikking € 1.921 aan belastingrente in rekening gebracht.
3.Moeder is over de vorderingen geen rente verschuldigd.
“Uit de genoemde voorbeelden wordt duidelijk dat het begrip genotsrecht een breed scala aan persoonlijke en zakelijke (gebruiks)rechten omvat. De grenzen van dit gebied worden gevormd door enerzijds eigendom en anderzijds huur. Daar tussenin zijn vele soorten genotsrechten denkbaar, waarbij van geval tot geval bekeken zal moeten worden in hoeverre in economische zin sprake is van een gerechtigdheid tot voordelen in de zin van de genotsrechtendefinitie.
MvT, Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr 3, p. 229-230”
19.Gelet op het voorgaande dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.
- verklaart de beroepen ongegrond.
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 92 vergoedt.
mr. J.J. Westerbaan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J.P. Wientjens, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;