ECLI:NL:RBGEL:2018:801

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 februari 2018
Publicatiedatum
22 februari 2018
Zaaknummer
NL18.2224
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArt. 111 lid 2 RvArt. 113 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oproeping beschermingsbewindvoerder om in plaats van onder bewind gestelde te verschijnen

In deze civiele procedure heeft Interbank N.V. een verzoek ingediend met betrekking tot de vertegenwoordiging van een onder bewind gestelde partij, [verweerder sub 2]. De rechtbank constateert dat op grond van art. 1:431 BW Pro een bewind is ingesteld over de goederen van [verweerder sub 2], met Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V. als bewindvoerder.

De rechtbank bepaalt dat Interbank de bewindvoerder kan oproepen om in plaats van [verweerder sub 2] in het geding te verschijnen, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525). Hiervoor moet Interbank een exploot laten betekenen met de vereiste informatie uit art. 111 lid 2 Rv Pro, inclusief een afschrift van dit vonnis en het eerdere oproepingsbericht aan [verweerder sub 2].

Na betekening moet Interbank het exploot onverwijld bij de rechtbank indienen. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan, zodat de procedure kan worden voortgezet zodra de bewindvoerder is opgeroepen en in het geding verschijnt.

Uitkomst: Interbank mag de beschermingsbewindvoerder oproepen om namens de onder bewind gestelde in het geding te verschijnen; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer: NL18.2224
Vonnis van 9 februari 2018
in de zaak van
de naamloze vennootschap
INTERBANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,
eiseres, hierna te noemen: Interbank,
advocaat H.J. Meuwese te 's-Hertogenbosch,
tegen

1.[verweerder sub 1] ,wonende te [adres verweerder sub 1] ,2. [verweerder sub 2] ,wonende te [adres verweerder sub 2]verweerders, hierna te noemen: [verweerder sub 1] en [verweerder sub 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de procesinleiding van 1 februari 2018
- het bericht van Interbank van 7 februari 2018.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Gebleken is dat de kantonrechter bij beschikking van 19 januari 2018 over de (toekomstige) goederen van [verweerder sub 2] vanaf 30 januari 2018 op de voet van art. 1:431 BW Pro een bewind heeft ingesteld, met benoeming van Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V. tot bewindvoerder.
2.2.
De rechtbank zal Interbank in staat stellen de bewindvoerder op te roepen om in plaats van [verweerder sub 2] in het geding te verschijnen, zoals is voorgeschreven in HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525, NJ 2015/69. Interbank moet dit doen door de bewindvoerder bij exploot, waarin de in art. 111 lid 2 onder Pro a tot en met h Rv bedoelde informatie is opgenomen, te doen aanzeggen dat de bewindvoerder ten minste uiterlijk twee weken na de dag van betekening van dit exploot in dit geding kan verschijnen. Bij dat exploot moeten worden meebetekend een afschrift van dit vonnis en van het op 29 januari 2018 aan [verweerder sub 2] op de voet van art. 113 Rv Pro bij exploot betekende oproepingsbericht. Aldus zal ook de bewindvoerder kunnen beschikken over de code waarmee zij kan verschijnen om het geding als formele procespartij van [verweerder sub 2] over te nemen. Na de betekening van het exploot dient Interbank dit exploot onverwijld bij de rechtbank in te dienen.
2.3.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat Interbank op de in 2.2. uiteengezette wijze Beschermingsbewind Centraal Nederland B.V. kan oproepen om in plaats van [verweerder sub 2] in het geding te verschijnen,
3.2.
bepaalt dat Interbank het oproepingsexploot na de betekening zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 23 februari 2018, bij de rechtbank zal indienen,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2018.