ECLI:NL:RBGEL:2018:4649
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Moeder handelt onrechtmatig door zoon te dagvaarden en wordt veroordeeld in proceskosten
De zaak betreft een civiel geschil tussen een moeder en haar zoon over de vraag of een bedrag van €63.258,40 aan de zoon is geleend of geschonken. De moeder vorderde betaling van dit bedrag dan wel een verklaring voor recht dat het bedrag is geschonken, met medewerking aan een schenkingsakte.
De rechtbank stelt vast dat er geen overeenkomst van geldlening is gesloten, mede omdat de moeder zelf de schuldbekentenis waarop zij haar vordering baseert, onjuist en zonder haar instemming acht. De subsidiaire vordering tot schenking faalt eveneens omdat niet is bewezen dat sprake is van een schenking.
De moeder wordt veroordeeld in de proceskosten omdat zij onrechtmatig heeft gehandeld door een vordering in te stellen die evident ongegrond is en zonder feitelijke onderbouwing, waardoor zij haar zoon onnodig op kosten jaagt. De rechtbank legt de proceskosten inclusief nakosten en rente op een totaal van €6.895,00 plus nakosten.
Uitkomst: De vordering van de moeder wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van de zoon.